Lees voor

Dit jaar is het precies 75 jaar geleden dat de eerste vrouwen bij de krijgsmacht kwamen. En om deze historische mijlpaal te vieren start 18 oktober de beknopte tijdelijke tentoonstelling: '75 jaar vrouwen in de krijgsmacht'.

Eerste vrouwenkorps

In april 1944 treden de eerste Nederlandse vrouwen aan bij de Landmacht. Zij maken onderdeel uit van het gemilitariseerde Vrouwen Hulp Korps (VHK) en trekken met het bevrijdingsleger mee. Niet om te vechten maar om de noodlijdende Nederlandse bevolking te helpen. 

Oorlogvoering werd tot dit moment gezien als mannenzaak, maar in 1944 was alle hulp welkom. De vrouwenkorpsen bewijzen hun nut en verwerven na de oorlog een permanente plek binnen de krijgsmacht.

Verboden toegang

De vrouwelijk militairen hebben toegang tot een beperkt aantal functies. Ze werken voornamelijk als telefoniste, verpleegster of administratieve kracht en worden apart van hun mannelijke collega’s gehuisvest (zie foto).

In de jaren zestig, zeventig en tachtig strijden vrouwen voor gelijke rechten op de arbeidsmarkt. Deze emanicipatiegolf bereikt ook het ultieme mannenbolwerk: de krijgsmacht. 

Emancipatie

In 1978 stelt de krijgsmacht alle functies open voor vrouwen. Maar: gelijke rechten betekent ook gelijke plichten. Vanaf dit moment krijgen vrouwen dezelfde kleding, huisvesting én moeten ze voldoen aan dezelfde fysieke eisen.

Nu bekleden vrouwen alle mogelijke posities binnen de krijgsmacht, van F-16 piloot tot generaal. Ze vliegen, ze varen en ze vechten. De emancipatie lijkt hiermee geslaagd, maar slechts 10% van de militairen is vrouw. Dit terwijl het belang van vrouwen in de krijgsmacht onmiskenbaar groot is gebleken.

75 jaar vrouwen in de krijgsmacht is vanaf vrijdag 18 oktober te zien.