D-Day: erop of eronder

Op 6 juni 1944 vond de grootste landingsoperatie ooit plaats: D-Day. Duitsland hield op dat moment, onder leiding van Adolf Hitler (1889-1945), een groot deel van Europa bezet. Vele regeringen probeerden op verschillende manieren het bezette vasteland van Europa te bevrijden. Maar, het was deze landing op het strand van Normandië die de geschiedenisboeken inging als hét keerpunt van de bevrijding van West-Europa.

Een van de invasiestranden in Normandië tijdens D-Day, van bovenaf gezien. Een grote stroom voertuigen verlaat de landingsvaartuigen, US Navy, Collectie NIMH, 2155_035134J.

De geallieerden – het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada, Australië, en de regeringen in ballingschap: Polen, Frankrijk, Noorwegen, België, Nederland, Griekenland en Tsjechoslowakije – hadden vanaf eind 1943 samengewerkt aan deze operatie, die de codenaam Overlord droeg. Meer dan 150.000 militairen, 50.000 voertuigen, 7000 schepen en bijna 11.000 vliegtuigen zijn uiteindelijk ingezet. Vanuit het Franse Normandië stoten zij door naar noordwest Europa, om een einde te maken aan de verschrikkingen van de oorlog.

Wij herdenken D-Day niet alleen als dank en ter nagedachtenis aan de inzet van de geallieerden, maar ook omdat Nederland dus zelf een kleine rol heeft gespeeld bij deze invasie. Lees daarover hieronder meer!

Nederlandse infanteristen van Prinses Irene Brigade komen aan land in Arromanches, Normandië, augustus 1944, Collectie Nationaal Militair Museum, 00120158.

Ter land

De Koninklijke Marine en de Marineluchtvaartdienst waren beide vertegenwoordigd op die historische 6 juni. De Nederlandse Landmacht, bestaande uit Nederlandse militairen en Engelandvaarders, werd ook ingezet voor Operatie Overlord. Zij maakten echter niet op 6 juni (D-Day) de overtocht naar het Europese vasteland. De Prinses Irenebrigade landde op 8 augustus in het Franse Arromanches. Onder hen, waren ook 100 mariniers van de Koninklijke Marine.

De ruim 1300 Nederlandse grondmilitairen stonden onder het commando van de Amerikaanse Dwight D. Eisenhower. Zij vochten eerst mee in de strijd om Noord-Frankrijk. Later vochten zij ook in België en Nederland tegen de Duitsers. In het najaar van 1944 bevrijdden zij, samen met Poolse, Schotse, Welshe, Engelse, Canadese en Amerikaanse divisies een groot deel van de provincie Noord-Brabant (Operatie Pheasant).

Kanonneerboot Hr.Ms. Flores op post tijdens de landingen bij Normandië, juni 1944. Collectie Marinemuseum, FT03396. Deze foto is door de veiligheidsdienst bewerkt: alle radarinstallaties zijn uitgegumd. Deze waren kennelijk té hi-tec om gepubliceerd te worden.

Ter zee

De Koninklijke Marine kreeg op D-Day zelf een belangrijke taak toebedeeld. Zo’n dertien Nederlandse motortorpedoboten beschermden de geallieerde landingsschepen tijdens de invasie. Ook werden er een twintigtal koopveerdijschepen, waaronder tien sleepboten, ingezet ter ondersteuning. De sleepboten deden onder andere mee aan reddingsoperaties en zij sleepten oorlogsmaterieel mee.

Verder werden de terrible twins ingeschakeld: de kanonneerboten Hr.Ms. Flores en Hr.Ms. Soemba die samen goed van wanten wisten. Tegen de avond had de Flores al haar munitie verschoten dankzij haar actieve inzet: ze had bijvoorbeeld de bemanning van drie bunkers bij Arromanches uitgeschakeld.

Ook de verouderde kruiser Hr.Ms. Sumatra speelde een rol bij de invasie – zij het op een geheel andere manier. De kruiser werd ten oosten van Arromanches bewust tot zinken gebracht. Ze vormde daarmee een golfbreker die een kunstmatige haven kon beveiligen.

De motortorpedoboten Hr.Ms. MTB 240 en MTB 231 tijdens hoge vaart in Het Kanaal.
De motortorpedoboten Hr.Ms. MTB 240 en MTB 231 tijdens hoge vaart in Het Kanaal. De schepen voeren onder Nederlandse vlag, met Nederlandse bemanningen, maar maakten deel uit van de Britse 9th Motor Torpedoboat Flottilla in Dover, schilderij door Harold Garland, Collectie Marinemuseum, A/001/215.
De kruiser Hr.Ms. Sumatra (1926-1944), tot zinken gebracht als blokschip op 9 juni 1944 voor de kust van Normandië nabij Quistreham, Collectie NIMH, 2158_005550.
De kruiser Hr.Ms. Sumatra (1926-1944), tot zinken gebracht als blokschip op 9 juni 1944 voor de kust van Normandië nabij Quistreham, Collectie NIMH, 2158_005550.

En in de lucht

De inzet van de Marineluchtvaartdienst op die bewuste 6 juni, maakt dat er ook verschillende Nederlandse piloten bijdroegen aan D-Day. Onder het commando van de RAF (Britse Luchtmacht) voerde het 320e (Netherlands) Squadron luchtoperaties uit in Frankrijk. Dat deden zij met B-25 Mitchell bommenwerpers. Deze toestellen waren voorzien van drie witte en twee zwarte invasiestrepen op de vleugels en de romp – zo wisten alle deelnemende troepen dat het eigen vliegtuigen waren. Met deze herkenbaarheid werd friendly fire verkleind.

B-25C Mitchell van het Nederlandse 320 Squadron (RAF) boven Colombelles bij Caen in Normandië, NIMH, 2158_02956.
De langst levende Nederlandse Normandië-veteraan Max Wolff (overleden in 2025), legt een krans tijdens de D-Day herdenking in 2024. Beeld: Defensie.

Vrijheid kent een prijs

D-Day en operatie Overlord beschouwen we als een succes: het luidde de vrijheid van Europa in. Toch kwam deze vrijheid tegen een ongelofelijk hoge prijs. Tussen juni en augustus 1944 vallen er 34.000 doden aan geallieerde zijde. Ook worden er 19.000 militairen vermist. Defensie herdenkt daarom uit eerbetoon D-Day jaarlijks met aanwezigheid bij internationale ceremonies in Normandië.

Algemene bronnen:

  • Arno Marchand, ‘Cruciale rol van de militaire luchtvaart tijdens D-Day’, op magazines.defensie.nl (geraadpleegd op mei 2026).
  • Redactie Nederlands Veteraneninstituut, ‘Terugblik op D-Day’, op nlveteraneninstituut.nl (geraadpleegd op mei 2026).
  • Rudi Schrever, ‘Operatie Overlord – Het verhaal van D-Day (1944)’, op historiek.net (geraadpleegd op mei 2026).