Een zilveren getuige van de VOC-krijgsmacht

Op 20 maart 1602 is de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht. Precies 424 jaar later presenteert het Nationaal Militair Museum een unieke aanwinst voor de collectie. Het gaat om een zilveren bandeliergesp: een object dat de rijke geschiedenis van het VOC-leger illustreert.

Zilveren bandeliergesp (1750-1800)
Zilveren bandeliergesp (1750-1800), Stichting Koninklijke Defensiemusea (Nationaal Militair Museum), 137426.
Achterkant zilveren bandeliergesp (1750-1800)
Achterkant zilveren bandeliergesp (1750-1800), Stichting Koninklijke Defensiemusea (Nationaal Militair Museum), 137426.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie

De VOC is in 1602 opgericht met als doel: het behartigen van de Nederlandse handelsbelangen in ‘de Oost’ – het gebied ten oosten van Kaap de Goede Hoop en ten westen van de Straat Magellaan. In praktijk hield dit óók in dat de Spaanse belangen overzee werden bestreden. Dit gebeurde in het kader van de Tachtigjarige Oorlog. Deze oorlog was een opstand van de Nederlandse gewesten tegen de Spaanse koning Filips II, ontstaan uit religieuze onderdrukking. De strijd resulteerde in de onafhankelijkheid van de Nederlandse Republiek.

Wat weinig mensen weten, is dat de VOC naast een behoorlijke vloot, ook een omvangrijk leger had. Van dit leger is bijna niets meer bewaard gebleven. Des te meer bijzonder dat Nationaal Militair Museum recentelijk een uniform onderdeel heeft weten aan te kopen, de bandeliergesp.

VOC-militairen in India (1724), Nationaal Archief, 4.AANW, 221 (detail).

Handeldrijven en oorlog voeren

Een groot deel van het VOC-personeel bestond uit soldaten voor het leger. Dit leger bestond uit ongeveer 10.000 man, samengesteld uit Europese als Aziatische manschappen. Ter illustratie: deze hoeveelheid is ongeveer één derde van het reguliere Staatse leger van de Republiek. Het aantal manschappen varieerde per locatie. Net als in Europa waren er artilleristen voor de bediening van kanonnen, cavaleristen te paard en infanterie die te voet ten strijde trok met geweren.

Het recht om handel te drijven en oorlog te voeren (het zogenaamde patent) had de VOC gekregen van de Generaliteit in Den Haag, het hoogste orgaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Daarmee was dit leger, van een privé handelsorganisatie, officieel ingebed in de Nederlandse krijgsmacht. In geval van nood kon de VOC een beroep doen op het Staatse leger voor assistentie.

Het leger werd ingezet om het handelsmonopolie in bijvoorbeeld nootmuskaat en kruidnagel (vaak met geweld) af te dwingen, om concurrentie uit te schakelen van andere Europese grootmachten, zoals Engeland, Portugal en Spanje, en ter bescherming van eigen overzeese forten en factorijen. Op elke handelspost waren soldaten aanwezig ter verdediging. De meeste militairen waren in Batavia (het huidige Jakarta) en in Zuid-Afrika gestationeerd. Alleen Deshima, de Nederlandse handelspost in Japan, kende geen VOC-soldaten.

Grenadiersmijter van de VOC (ca. 1750), Rijksmuseum, NG-200.

Voor Vaderland én Compagnie

Over de uniformering en bewapening van deze VOC-militairen is nagenoeg niets bekend. We kennen een paar beschrijvingen en afbeeldingen, maar objecten zijn er nauwelijks overgebleven. De aangekochte zilveren bandeliergesp is een bijzondere uitzondering. Dergelijke gespen werden midden op de borst op de schouderriem gedragen. Het is een kostbaar vervaardigd stuk edelsmeedwerk dat niet voor de reguliere soldaat bestemd was, maar duidelijk voor een rijke officier moet zijn gemaakt.

De gesp is gemaakt van een zilveren plaat waarop vergulde ornamenten zijn gesoldeerd. Centraal staat de rechtopstaande mannelijke leeuw met een pijlenbundel en een zwaard. Dit is de Generaliteitsleeuw die de Nederlandse overheid symboliseert. Om de leeuw heen is het drie-letterige VOC-logo zichtbaar. Deze elementen symboliseren de verbondenheid van de generaliteit met de VOC. Op de wimpels is een tweedelige leus zichtbaar. Bovenin staat Pro-Patria. Onderin staat Et Societ: Ind: Orient:. Dit betekent: voor het Vaderland en de Oost-Indische Compagnie. Ook hier zien wij weer de verbinding tussen de Nederlandse overheid en de Oost-Indische Compagnie.

Eenzelfde symboliek is terug te zien op een grenadiersmijter in de collectie van het Rijksmuseum. Bovenin is de Generaliteitsleeuw zichtbaar. Daaronder zien wij een VOC-logo.

Een officier van het Zwitserse regiment De Meuron in dienst van de VOC (ca.1790), Landesmuseum Zürich, 145097.

Van Zwitserland naar Soesterberg

De gesp is afkomstig van een antiquair in Zwitserland en dateert uit de tweede helft van de 18e eeuw. Vermoedelijk is de gesp gedragen door een officier van het Zwitserse regiment dat onder leiding stond van Charles-Daniël graaf van Meuron. Dit buitenlandse regiment werd in 1781 ingehuurd door de VOC en was gestationeerd in Zuid-Afrika en Ceylon (het huidige Sri Lanka). In 1781 werd de krijgsmacht van de VOC versterkt met het inhuren van een aantal buitenlandse regimenten vanwege de oorlog met Engeland tussen 1780 en 1784. Overzeese gebieden speelden in deze oorlog een belangrijke rol.

Het exemplaar dat door het Nationaal Militair Museum is verworven, is uniek. Er zijn geen andere exemplaren bekend, noch visuele bronnen van een officier in dienst van de VOC die een dergelijke gesp draagt.

Wil jij deze fantastische aanwinst van dichtbij bekijken? De zilveren bandeliergesp is nu te zien in de tentoonstelling van het Nationaal Militair Museum. Je vindt deze in de zaal ‘Nederland’, op de eerste etage.

Conservator NMM Mathieu Willemsen
"Het leger van de VOC was omvangrijk, maar we weten er bijna niets van." Mathieu Willemsen, conservator