Zes Fokker D.VII rompen bestemd voor de Marine Luchtvaartdienst staan voor de Fokker fabriek in Amsterdam-Noord.

Fokker D.VII van de Marineluchtvaartdienst

Een Nederlands jachtvliegtuig dat tijdens de Tweede Wereldoorlog spoorloos verdwijnt. De vondst van een onbekend toestel kort na de oorlog, verborgen in een Duitse schuur. En 35 jaar later, bij de restauratie van het toestel: de ontdekking van Nederlandse markeringen, verstopt onder Duitse camouflage. Het klinkt als een spannend boek, maar het is het ware verhaal van de Fokker D.VII met registratie D-28.

Beste jachtvliegtuig van zijn tijd verdedigde zeventien jaar lang het Nederlandse luchtruim

Zijn verdwijning en wonderlijke terugkeer maken hem tot een icoon. Maar minstens zo bijzonder is het leven dat eraan voorafging. Zeventien jaar was dit toestel in dienst van de Marineluchtvaartdienst en bewaakte het Nederlandse luchtruim boven zee en marinehavens. Het overleefde meerdere ernstige ongevallen maar werd telkens weer opgelapt. Pas daarna begon het mysterie.

Beste jachtvliegtuig van zijn tijd

De Fokker D.VII zag in 1918 het levenslicht en groeide uit tot het beste jachtvliegtuig van de Eerste Wereldoorlog. Piloten prezen zijn stabiele vliegeigenschappen, krachtige klimvermogen en wendbaarheid. Waar andere vliegtuigen bij lage snelheid hun grip verloren, bleef de D.VII beheersbaar.

Dankzij zijn gelaste stalen buisromp was het toestel bovendien robuust. Vooral de BMW IIIa-versies blonken uit: ook op grote hoogte leverden zij vol vermogen, waardoor de D.VII zijn tegenstanders overvleugelde.

Onderhoudshal op De Kooy met onder andere Fokker D.VII registratie D-28 en Fokker C.V registratie Z-5. Collectie NIMH.

Leven in dienst van de Marineluchtvaartdienst

Het Verdrag van Versailles maakte een einde aan de Duitse militaire luchtvaartproductie. Fokker keerde terug naar Nederland en richtte de NV Nederlandse Vliegtuigfabriek op. Ons land beschikte nauwelijks over een eigen vliegtuigindustrie en werkte met grotendeels verouderd materieel. Fokker vulde dat gat in één klap: tegen hoge prijzen kreeg Nederland moderne jacht- en lesvliegtuigen.

De Luchtvaartafdeling op Soesterberg ontving 60 Fokker C.I-verkenningsvliegtuigen en 20 Fokker D.VII-jachtvliegtuigen. De Marineluchtvaartdienst op vliegveld De Kooy bij Den Helder kreeg eveneens 20 D.VII’s. Daarnaast werden zes toestellen aangeschaft voor de Militaire Luchtvaart van het KNIL in Nederlands-Indië.

In 1920 arriveerden de marine-D.VII’s, met registraties D-20 tot en met D-39, op De Kooy. Hun taak: de luchtverdediging van de marinebasis Den Helder en, indien nodig, de bescherming van de marinehaven in Vlissingen. Vrijwel dagelijks vlogen ze langs de Nederlandse kust.

Twee jachtvliegtuigen van Fokker, een verbeterde versie van de D.VII met lijnmotor, tijdens de vlucht. Collectie NIMH.

Dagelijks in de lucht

Voor de D-28 betekende dit jaren van patrouilles, oefenvluchten en talloze starts en landingen op het winderige veld bij Den Helder. Het toestel werd intensief gebruikt en raakte meerdere malen zwaar beschadigd. Eén ongeval sprong eruit: een nachtelijke botsing met een molen. Toch werd de D-28 telkens hersteld en opnieuw inzetbaar gemaakt.

Halverwege de jaren twintig werden meerdere toestellen gemoderniseerd. De oudere motoren maakten plaats voor krachtigere BMW’s, herkenbaar aan een gestroomlijndere neus en een hogere hoofdsteun achter de cockpit.

In de jaren dertig nam de D.VII minder deel aan luchtverdediging en werd hij vaker ingezet als opleidings- en overgangstoestel. Beginnende vliegers leerden erop vliegen, terwijl ervaren piloten ermee konden wennen aan snellere en zwaardere vliegtuigen. Dankzij zijn stabiele en vergevingsgezinde karakter was de D.VII hier ideaal voor.

Einde van een loopbaan

Midden jaren dertig was de D.VII onmiskenbaar verouderd. In 1937 werd het laatste toestel van de Marineluchtvaartdienst, de D-28, officieel afgeschreven. Na zeventien jaar trouwe dienst was zijn actieve carrière voorbij.

Het toestel kreeg een nieuwe bestemming als museumstuk voor het nog op te richten Nationaal Luchtvaartmuseum. Samen met andere historische vliegtuigen werd hij opgeslagen op Schiphol. Voor het eerst in jaren brak een rustige periode aan. Maar die rust zou van korte duur zijn.

Fokker D.VII met registratienummer D-28 bij de Marineluchtvaartdienst (MLD). Collectie Nationaal Militair Museum.

Het mysterie

In mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. Kort daarna bezocht Hermann Göring, Hitlers rechterhand, voormalig jachtvlieger en groot bewonderaar van de Fokker D.VII, Schiphol. Na zijn bezoek verdween de D-28 spoorloos. Waarschijnlijk werd het toestel meegenomen als persoonlijk ‘geschenk’ voor Göring.

Maar het mysterie was nog maar net begonnen. Kort na de oorlog ontdekken geallieerde troepen in een Duitse schuur een onbekend vliegtuig. Men ging ervan uit dat het een Duits toestel was. Pas vijfendertig jaar later, tijdens restauratiewerkzaamheden, kwam de waarheid aan het licht: onder lagen camouflageverf verschenen Nederlandse markeringen.

Alles wijst erop dat dit de lang verloren gewaande D-28 is. Eén van de allerlaatste originele Fokker D.VII’s ter wereld. En misschien wel de meest bijzondere van allemaal.

Terug op Nederlandse bodem

Nu is hij weer thuis. Het Nationaal Militair Museum toont de D-28 tijdelijk in Nederland. Een unieke kans om dit uitzonderlijke toestel van dichtbij te bewonderen!

Benieuwd hoe het verhaal verdergaat? In de volgende aflevering duiken we dieper in Hermann Göring en zijn mysterieuze rol in de verdwijning van dit bijzondere stuk Nederlands luchtvaarterfgoed.

Ontdek de Fokker D.VII