LHBTIQ+ bij Defensie
“Een wet veranderen is niet hetzelfde als een cultuur veranderen”
Dit jaar is Amsterdam gaststad van WorldPride van 25 juli t/m 8 augustus. Ook Defensie vaart mee met een boot tijdens de pride. Nederland was in 1974 het eerste land ter wereld dat homoseksuele mannen officieel toeliet tot de krijgsmacht. Helaas betekende dat niet automatisch dat zij zich ook welkom voelden. De weg naar acceptatie van, eerst homoseksuele mannen en later LHBTIQ+ personen, bleek een stuk langer te zijn. Conservatoren Paul van Brakel en Pieter Eckhardt van het Nationaal Militair Museum doken in deze geschiedenis. Graag nemen zij je mee in de ontwikkelingen van rechten en acceptatie van LHBTIQ+ medewerkers bij Defensie.
Dienstplicht
Nederland kent sinds 1810 een dienstplicht. Dat is de wettelijke verplichting voor burgers om tijdelijk in dienst te treden bij de krijgsmacht en ingezet te worden indien nodig. In Nederland geldt dit voor alle mannen en vrouwen (sinds 2020) tussen de 17 en 45 jaar. Omdat de Nederlandse krijgsmacht werkt met vrijwillig beroepspersoneel, is de opkomstplicht opgeschort. Tot 1997 kende Nederland wél een opkomstplicht: dienstplichtigen werden door Defensie opgeroepen voor een keuring en eventuele basistraining en functievervulling.
Keuring
Nadat je vroeger als man werd opgeroepen voor de dienstplicht, volgde een keuring. Na de Tweede Wereldoorlog werden de dienstplichtigen gekeurd volgens het Militair Keuringsreglement (MKT) dat gebruikmaakte van het Canadese ABOHZIS-systeem. Hiermee werden verschillende lichamelijke en geestelijke eigenschappen beoordeeld op een schaal van één tot vijf. Voor vrijwel alle onderdelen golden objectief meetbare criteria, zoals lengte, gehoor en gezichtsvermogen. Uitzondering was de S5-classificatie: het onderdeel met criteria voor mentale stabiliteit.
S5-classificatie
Omdat psychische stabiliteit moeilijk objectief vast te stellen was, bood deze categorie ruimte voor interpretatie en zelfs manipulatie. Voor homoseksuele mannen kon dit directe discriminatie betekenen: homoseksualiteit werd als reden gezien om iemand mentaal ongeschikt te verklaren. Wie tijdens de keuring aanleiding gaf om zijn homoseksualiteit kenbaar te maken, kon daarmee een S5-classificatie toegekend krijgen.
Niet alle homoseksuele mannen werden afgekeurd: velen doorliepen de keuring zonder dat hun seksuele geaardheid ter sprake kwam. Voor wie echter wél een S5-classificatie kreeg, had dat verstrekkende gevolgen. Afkeuring voor militaire dienst bleef vaak zichtbaar bij sollicitaties en kon iemands verdere loopbaan negatief beïnvloeden. Vooral voor functies binnen de overheid werd een lage score op mentale stabiliteit slecht ontvangen en kon deze zelfs een belemmering vormen.
Bij wet verboden
In 1974 bracht minister van Defensie Vredeling hierin verandering door expliciet vast te leggen dat homoseksualiteit niet langer een reden mocht zijn voor afkeuring. Daarmee werd de formele koppeling tussen homoseksualiteit en de S5-classificatie doorbroken, al bleef de dienstplicht voor veel homoseksuele mannen een beladen onderwerp. Velen bleven zich ongemakkelijk voelen binnen de militaire cultuur waardoor de dienstplicht een weinig aantrekkelijk vooruitzicht was.
Pas eind jaren ’80 kwam er een echte verandering op gang betreffende het emancipatieproces bij Defensie. De in Soesterberg gestationeerde Amerikaanse sergeant Jack Green was homoseksueel. Binnen de Amerikaanse krijgsmacht was op dat moment homoseksualiteit in zijn geheel verboden. Toen Nederlandse militaire autoriteiten informatie over zijn geaardheid doorgaven aan de Amerikanen verloor hij zijn baan direct. Dit bracht de spanningen tussen beleid en praktijk aan het licht en de zaak zorgde voor de nodige politieke ophef.
Doordat dit schandaal pijnlijk blootlegde dat de acceptatie van homoseksualiteit binnen de krijgsmacht nog altijd ver te zoeken was, werd de SHK (Stichting Homoseksualiteit en Krijgsmacht) opgericht. Een netwerk dat destijds in het bijzonder voor homoseksuele mannen bij Defensie in het leven is geroepen, maar tegenwoordig openstaat voor de hele LHBTIQ+ doelgroep.
"Don’t ask, don’t tell. Tientallen jaren een Amerikaans devies dat internationaal weerklank kreeg. Een langdurig zwijgzaam masker gaat ooit ergens wringen." Paul van Brakel, Conservator bd
Interview met Jaus Müller (NIMH)
Historicus Jaus Müller, werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), heeft onderzoek gedaan naar de geschiedenis van homoseksualiteit binnen Defensie. Hij onderzocht hoe homoseksuele mannen lange tijd werden uitgesloten van militaire dienst, hoe de beruchte S5-classificatie werkte en waarom de echte omslag pas veel later kwam dan vaak wordt gedacht. Pieter en Paul spraken hem over zijn onderzoek: de dienstplicht, de zaak-Jack Green en de ontwikkeling van LHBTIQ+ rechten binnen de krijgsmacht.
Afbeelding: Jaus Müller, docent militaire geschiedenis bij het NIMH.
Tot 1974 konden homoseksuele mannen worden afgekeurd voor militaire dienst. Hoe werkte dat?
“Homoseksualiteit werd lange tijd gelijkgesteld aan geestelijke instabiliteit. Binnen de militaire keuring bestond de classificatie S5, bedoeld voor mensen die psychisch ongeschikt werden geacht voor militaire dienst. Homoseksuele mannen konden daar ook onder vallen. Dat gebeurde vaak op basis van gesprekken met keuringsartsen of psychologen, die zich lieten leiden door stereotypen en een subjectieve indruk. Wie als ‘te vrouwelijk’ werd gezien of open was over zijn geaardheid, liep het risico te worden afgekeurd.
Daarnaast speelde tijdens de Koude Oorlog (1945-1991) nog een ander argument mee. Omdat veel homoseksuele militairen hun geaardheid verborgen hielden, vond Defensie hen mogelijk chantabel. Men was bang dat buitenlandse inlichtingendiensten iemand onder druk konden zetten door te dreigen zijn homoseksualiteit openbaar te maken. Die redenering versterkte het idee dat homoseksuele mannen een veiligheidsrisico vormden.”
Nederland was in 1974 het eerste land dat homoseksuele mannen toeliet tot de krijgsmacht. Hoe bijzonder was dat?
“Dat was internationaal een enorme stap. Nederland liep daarmee voorop en daar mogen we best trots op zijn. Maar mijn onderzoek laat ook zien dat we die wetswijziging niet moeten romantiseren. Je kunt een wet veranderen, maar als je verder niets doet om de werkomgeving veiliger te maken, blijft zo’n verandering vooral een papieren werkelijkheid.”
Veranderde er na 1974 ook echt iets voor homoseksuele militairen?
“Niet meteen. Defensie erkende wel dat homoseksuele mannen mochten dienen, maar verbond daar allerlei voorwaarden aan. Men ging er zelfs vanuit dat zij waarschijnlijk zouden worden buitengesloten en daardoor psychisch in de problemen zouden komen. De organisatie erkende dus eigenlijk dat er een homovijandige cultuur bestond, maar deed weinig om die cultuur te veranderen. Pas eind jaren tachtig kwam daarin echt beweging.”
Met welke vormen van pesten en uitsluiting kregen homoseksuele militairen te maken?
“Sociale uitsluiting kwam het meest voor. Homoseksuele mannen gingen bijvoorbeeld in de eetzaal ergens zitten en zagen vervolgens iedereen opstaan en ergens anders gaan zitten. Dat is ontzettend pijnlijk als je achttien of negentien bent. Daarnaast zijn er ook verhalen over fysieke bedreiging, mishandeling en zelfs het opsluiten van homoseksuele militairen. Dat laat zien hoe hard de cultuur destijds kon zijn.”
Waarom was de Jack Green-affaire op vliegbasis Soesterberg zo’n belangrijk keerpunt?
“Jack Green was een Amerikaanse militair die op Soesterberg was gestationeerd en een relatie had met een Nederlandse militair. De Koninklijke Marechaussee ontdekte dat en speelde die informatie door aan de Amerikaanse autoriteiten. Omdat homoseksualiteit binnen het Amerikaanse leger toen nog verboden was, werd Green gearresteerd, gevangengezet en uiteindelijk gedwongen ontslag te nemen. Toen dit in Nederland bekend werd, ontstond veel politieke en maatschappelijke ophef. Dat zette de emancipatie van homoseksuele militairen binnen Defensie echt in een stroomversnelling.”
U spreekt in uw onderzoek van een ‘jacht op homoseksuelen’. Waarom is die term volgens u terecht?
“De Marechaussee zette actief opsporingsmiddelen in om informatie over homoseksuele militairen te verzamelen en speelde die vervolgens door aan de Amerikaanse militaire politie. Dat ging veel verder dan een toevallige ontdekking. Vanuit het perspectief van de betrokken militairen voelde dat als een georganiseerde jacht. De affaire maakte bovendien duidelijk dat de wetswijziging van 1974 onvoldoende was geweest. Daarna ontstond voor het eerst serieus emancipatiebeleid binnen Defensie.”
Wat heeft u persoonlijk het meest geraakt aan de zaak-Jack Green?
“Dat de overheid zich zo diep mengde in iemands privéleven. Uiteindelijk ging het om twee mensen die van elkaar hielden. Toch werd hun relatie actief onderzocht, bespioneerd en uiteindelijk onmogelijk gemaakt. Dat vind ik misschien wel het meest ingrijpende aspect van deze geschiedenis.”
We weten weinig over Jack Green zelf. Hoe lastig maakt dat historisch onderzoek?
“Dat maakt het ingewikkeld. Ik heb geprobeerd hem terug te vinden, maar zonder succes. Er bestaan nauwelijks foto’s en ook over zijn Nederlandse partner is weinig bekend. Green heeft die publieke aandacht waarschijnlijk nooit gewild. Hij wilde simpelweg zijn leven leiden in Nederland. Juist daardoor blijft hij als persoon grotendeels buiten beeld.”
Hoe staat het er vandaag de dag voor met queer militairen binnen Defensie?
“De krijgsmacht van nu is gelukkig niet meer te vergelijken met die van de jaren zeventig of tachtig. Je kunt tegenwoordig veel meer jezelf zijn. Tegelijkertijd zijn we er nog niet. Ik zeg altijd: het glas is halfvol, maar nog niet helemaal gevuld. Er zijn nog steeds incidenten en er zijn nog steeds militairen die worstelen met hun geaardheid. Dat vraagt blijvende aandacht.”
Wat betekent het volgens u dat Defensie tegenwoordig meevaart met Pride?
“Dat vind ik ontzettend belangrijk. Zeker als historicus zie ik hoe ver Defensie is gekomen. Pride gaat niet alleen over feestvieren, maar ook over zichtbaar maken welke weg is afgelegd. Tegelijkertijd is het een herinnering dat verworven rechten niet vanzelfsprekend zijn. Als je kijkt naar ontwikkelingen in andere landen, zie je dat vooruitgang ook weer kan worden teruggedraaid. Daarom is het belangrijk om zichtbaar te blijven en te laten zien waar Defensie voor staat.”
"Ook de geschiedenis van queer personen binnen Defensie verdient een plek in de collectie van ons museum. Het zou bijzonder zijn als we een betekenisvol object kunnen verwerven dat deze geschiedenis zichtbaar maakt."
Huidige ontwikkelingen
Tegenwoordig wordt er binnen Defensie hard gewerkt aan (het uitbreiden en het behouden van) een veilige en gelijkwaardige cultuur voor LHBTIQ+ medewerkers. Dat doen zij onder andere door verschillende activiteiten, conferenties, onderzoek en actief SHK-netwerk.
Hoewel de rechten van queer-personen binnen Defensie nu prima zijn geregeld, blijft acceptatie soms een lastig onderwerp. Dat heeft onder andere te maken met de masculiene oriëntatie binnen de krijgsmacht: velen zien ‘een goede militair’ als een stoere, harde, dappere persoon die geen emoties toont. Hierdoor worden LHBTIQ+ personen, maar ook vrouwen, vaker, en soms onbewust, als minderwaardig gezien. Zij worden dan als zwakker en emotioneler – en dus slechter – beschouwd.
Er blijft dus werk aan de winkel. SHK blijft Defensie, gevraagd en ongevraagd, adviseren over kwesties met betrekking tot LHBTIQ+ personen zodat iedereen zichzelf kan en mag zijn binnen de organisatie. Daarbij mag niet vergeten worden dat verworven rechten niet per sé blijvende rechten zijn: queer personen binnen de Amerikaanse krijgsmacht maken momenteel een turbulente tijd mee. Hoewel homoseksuele militairen sinds 2011 openlijk mogen dienen in dat land, is er opnieuw een aangescherpt beleid. Transgenderpersonen worden actief geweerd uit militaire dienst en er wordt streng gestuurd op de traditionele (masculiene) militaire normen.
We zijn ons ervan bewust dat er in dit artikel voornamelijk wordt ingegaan op de historische ontwikkelingen met betrekking tot homomannen binnen Defensie. Dit artikel biedt, bijvoorbeeld, weinig inzichten betreft de perceptie op, of rechten van specifiek lesbiennes binnen Defensie in de periode 1944 – 1987. Hier is helaas minder over bekend. Wel weten we dat de opkomst van vrouwen binnen de krijgsmacht en het lange tijd niet mogen uitvoeren van gevechtsfuncties door vrouwen hiermee verband houden. Toch vraagt dit (nog) meer onderzoek. Heb jij een verhaal, of ervaringen, m.b.t. dit onderwerp en wil je dat graag met ons delen? Stuur dan een e-mail naar info@defensiemusea.nl t.a.v. Collectiecommunicatie.
Neem contact op