Op 1 april verloor Alva zijn bril!

Het klinkt als een kinderversje, maar het verbergt één van de belangrijkste momenten uit onze geschiedenis! Op 1 april 1572 namen de watergeuzen, onder leiding van Willem II van der Marck, het stadje Den Briel in. Voor de Spaanse hertog Alva, die Nederland destijds onder de duim hield, was dit géén grapje. Hij verloor zijn ‘bril’ – Den Briel. Maar, wie was deze Van der Marck precies?

Willem II van der Marck, genoemd Lumey, Nationaal Archief 3.20.87 Archief familie Van Wassenaer van Duvenvoorde, inv.nr. 3A.

Willem II van der Marck

Wrede edelman of opstandelingenheld?

Willem II van der Marck, geboren in het prinsbisdom Luik ca. 1542, groeide uit tot één van de meest omstreden figuren uit de beginfase van de Nederlandse Opstand. Hij stond bekend onder de naam Lumey – verwijzend naar Lummen, één van zijn heerlijkheden. Zijn familie, het Huis Van der Marck, had een ruige reputatie: naast prinsbisschoppen bracht zij ook gewelddadige krijgsheren voort. Zijn overgrootvader droeg zelfs de bijnaam Het Zwijn van de Ardennen. Lumey zou in de strijd tegen Spanje een vergelijkbaar spoor trekken.

Lumey groeide op binnen de hoge adel. Zijn vader was Jan van der Marck, zijn moeder Margaretha van Wassenaer, dochter van de burggraaf van Leiden. Via haar was hij verwant aan de families Van Egmont en Van Wassenaer, en hij was een volle neef van Hendrik van Brederode, een invloedrijke edelman die zich verzette tegen de Spaanse onderdrukking. Lumey bevond zich dus vroeg in kringen waarin politiek, geloof en macht scherp tegenover elkaar stonden.

Van adellijke rebel tot watergeus

In de tweede helft van de zestiende eeuw namen de spanningen tussen de Nederlandse bevolking en de Spaanse regering sterk toe. De harde vervolging van protestanten leidde tot opstandigheid onder veel edellieden, waaronder Lumey. De executie van de graven Egmont en Horne in 1568 maakte hem woedend. Hij zwoer dat hij zijn baard en nagels niet zou knippen totdat hij wraak had genomen, wat hem de bijnaam ‘Overste Langnagel’ opleverde.

Lumey’s optreden werd in deze jaren steeds gewelddadiger. Hij plunderde kloosters, mishandelde geestelijken en liet tegenstanders zonder aarzelen doden. Het leverde hem de bijnaam op: ‘Het Nieuwe Everzwijn’. Zijn harde optreden paste echter in de brute oorlogscultuur van de tijd.

Toen hij zich in 1568 aansloot bij het leger van Willem van Oranje, mislukte de poging om Brussel te veroveren. Lumey werd verbannen en verloor zijn bezittingen. Hij zocht een nieuw strijdtoneel op zee: dat van de watergeuzen.

 

Willem van Oranje voor Maastricht – zijn leger probeert tevergeefs de Maas over te steken om via deze strategisch gelegen stad naar Brussel op te trekken – door G. te Winkel (ca.1910) Nationaal Militair Museum 058723.

In 1571 werd Lumey opperbevelhebber van de watergeuzenvloot. Deze vloot bestond uit een bont gezelschap van ballingen, avonturiers en vrijbuiters die Spanje naar het leven stonden. Koningin Elizabeth I van Engeland verdroeg hun piratenpraktijken niet meer en stuurde de geuzen begin 1572 weg van haar kust.

Lumey zwierf met 25 schepen en ruim 1200 man over de Noordzee, zonder vaste basis. Uiteindelijk dreef een storm de vloot naar de Nederlandse kust, waar zij in de Maasmonding terechtkwam. Daar bood zich onverwacht een buitenkans aan.

Koppelstok voor de poort van Den Briel, 1572 door Harmanus Vinkeles (1787) Rijksmuseum RP-P-OB-79.173.

1 april 1572

De verovering van Den Briel

Volgens de overlevering zag de Brielse veerman Jan Koppelstok de geuzenvloot liggen. Hij stapte op de schepen af en vroeg Lumey of hij niet het nabijgelegen stadje Den Briel wilde innemen. Het was geen doel dat Lumey op het oog had, maar toen hij ontdekte dat er geen Spaans garnizoen lag, besloot hij toe te slaan. De geuzen hadden voedsel nodig, een veilige haven én een mogelijkheid om hun reputatie te herstellen.

Op 1 april 1572 gingen de geuzen aan land. De stad bood nauwelijks weerstand en werd vrijwel direct ingenomen. Dit werd de eerste blijvende overwinning van de Nederlandse Opstand. Het nieuws verspreidde zich razendsnel: Spanje bleek niet onoverwinnelijk, en veel steden in Holland en Zeeland sloten zich daarna bij de opstand aan. Den Briel werd zo het symbool van een nieuwe fase in de strijd.

Gezicht op Den Briel (1550-1650), Nationaal Militair Museum 0010707.
Penning op Den Briel door M.C. de Vries (1872), Nationaal Militair Museum 125320.

Strijd en wreedheden

Den Briel groeide uit tot het bolwerk van de geuzen. Vanuit de stad trokken zij verder om andere steden onder druk te zetten. Soms gaven steden zich vrijwillig over, soms gebeurde dat met geweld. Een van de zwaarste gebeurtenissen was de executie van de Martelaren van Gorkum op 9 juli 1572: Lumey liet negentien katholieke geestelijken ophangen. Het leidde tot grote spanningen met de Staten van Holland, die religieuze wreedheden wilden beperken.

Hoewel Willem van Oranje hem had aangesteld als zijn luitenant, werd Lumey al snel als onberekenbaar gezien. Hij werd beschuldigd van de moord op Cornelis Musius, prior van het Agathaklooster in Delft. Na meerdere arrestaties en ontsnappingen besloten de Staten van Holland hem in 1574 definitief te verbannen.

Lumey vestigde zich in Aken, waar hij zich probeerde te verzoenen met katholieke autoriteiten. In 1575 kreeg hij gratie en zijn landgoederen terug. Kortstondig keerde hij als legeraanvoerder terug in het opstandelingenleger maar overleed op 1 mei 1578 onverwacht in Luik. De doodsoorzaak is onduidelijk: een hondenbeet of vergiftiging worden genoemd.

Geweld als onderdeel van de tijd

Lumey’s harde optreden wordt vaak gezien als uitzonderlijk, maar geweld was in de zestiende eeuw normaal in oorlogvoering. Soldaten en officieren aan beide kanten gingen gewelddadig en ruw te werk. Discipline was laag, drankmisbruik hoog. Officieren liepen grote risico’s, zoals blijkt uit bijvoorbeeld het verhaal van kapitein Willem Willems. Tijdens het beleg van Steenwijk liep hij dronken door de loopgraven en hij werd doodgeschoten. Zelfs nuchter had hij nauwelijks veiliger geweest: tijdens belegeringen waren officieren geliefde doelwitten. Lumey was dus geen afwijking, maar een extreme vertegenwoordiger van zijn tijd: hard in een harde wereld. Toch blijft zijn grootste historische daad onmiskenbaar: de verovering van Den Briel op 1 april 1572, een moment dat de opstand nieuw leven inblies.

Spotprent op het verlies van Den Briel door de hertog van Alva door Gerardus Johannes Bos (1872), Rijksmuseum RP-P-1909-1939.

1 aprilgrappen

Het bekende spreekwoord ‘Op 1 april verloor Alva zijn bril’ verwijst naar deze gebeurtenis; ‘bril’ staat voor Briel. Vaak wordt gedacht dat hiermee ook de traditie van 1‑aprilgrappen in Nederland begon. Dat klopt echter niet: die bestond ook buiten Nederland al. De verovering van Den Briel gaf de datum hier alleen een extra, blijvende historische lading.

Conservator NMM Jeroen Punt
"Lumey’s harde optreden wordt vaak gezien als uitzonderlijk, maar geweld was in de zestiende eeuw normaal in oorlogvoering." Jeroen Punt, conservator