Het jachtvliegtuig dat het luchtruim veroverde en daarna spoorloos verdween

Wie in 1918 in de cockpit van een Fokker D.VII zat, wist dat hij iets uitzonderlijks bestuurde. Geen ander jachtvliegtuig klom zo hoog, draaide zo scherp of bleef zo stabiel in een steile klim. Geallieerde piloten vreesden hem, Duitse vliegers vertrouwden hem blind. De Fokker D.VII was zó indrukwekkend dat hij als enige specifiek werd genoemd in de wapenstilstandsvoorwaarden van 1918. Duitsland moest al zijn D.VII’s inleveren. Een uitzonderlijke maatregel die liet zien hoe gevreesd dit jachtvliegtuig was. Maar niet alle toestellen werden ingeleverd want Fokker had er nog een aantal in zijn fabriek. Deze werden in 1919 naar Nederland gesmokkeld. De Nederlandse marine kreeg er twintig, waaronder de D-28.

Fokker D.VII jachtvliegtuigen op Marinevliegkamp De Kooy. De D-28 is links te zien.

Eén van deze legendarische toestellen, de D-28, kreeg een minstens zo opmerkelijk tweede leven. Na dienst bij de Nederlandse Marineluchtvaartdienst wachtte hij op Schiphol op een plek in het nieuwe Nationaal Luchtvaartmuseum. Maar in 1940 verdween hij spoorloos. Kort na de oorlog dook in een Duitse schuur een geheimzinnig vliegtuig op, zijn identiteit verborgen onder een nieuwe laag camouflageverf. Pas decennia later ontdekten restauratoren welke schat daar had gestaan: vrijwel zeker de lang zoekgeraakte D-28.

Zijn verdwijning én wonderlijke terugkeer maken de D-28 net zo iconisch als het vliegtuig zelf: een meesterwerk van techniek én een mysterie dat blijft intrigeren.

De Fokker D.VII in het Nationaal Militair Museum.

Het beste jachtvliegtuig van zijn tijd

De Fokker D.VII, ontwikkeld in 1918, was het hoogtepunt van Anthony Fokkers Duitse periode. Piloten prezen zijn wendbaarheid: waar andere toestellen in een stall vielen, bleef de D.VII bestuurbaar. Hij klom krachtig, rolde soepel van vleugel naar vleugel en was dankzij de gelaste stalen buisromp sterker dan zijn tijdgenoten.

Het geheim zat in de motor. Vooral de BMW IIIa-versies leverden vol vermogen op grote hoogte en hadden een hoogteregelaar voor extra vermogen. Zo kon de D.VII boven tegenstanders uitklimmen en hen van bovenaf uitschakelen.

De geboorte van een icoon

Het uitzonderlijke jachtvliegtuig tastte zijn eerste hoogten af in de razende luchtstrijd van de Eerste Wereldoorlog, een tijd waarin snelheid, wendbaarheid en durf alles bepaalden. De D.VII was bewapend met een mitrailleur en begon als onbewapende verkenner, maar groeide al snel uit tot een krachtig wapen in de strijd om luchtoverwicht. Piloten moesten sneller klimmen, hoger vliegen en behendiger manoeuvreren dan ooit. Dat betekende het verschil tussen leven of dood. Fokker speelde hierin een hoofdrol: zijn synchronisatiemechanisme, dat een mitrailleur veilig tussen de propellerbladen liet schieten, gaf de Duitsers tijdelijk de overhand.

In de winter van 1917–1918 organiseerde de Duitse legerleiding een grote wedstrijd. Het doel: het beste nieuwe jachtvliegtuig kiezen. Tien fabrikanten en dertig prototypes streden om de eerste plaats. De eisen waren streng: hoge klim- en topsnelheid, kleine draaicirkel, snelle rolsnelheid, stevige bewapening én makkelijk te vliegen, zelfs voor minder ervaren piloten. Fokkers D.VII won overtuigend. De daaropvolgende orders waren zo groot dat meerdere fabrieken nodig waren om ze te bouwen.

Een leven in dienst van de marine

Het Verdrag van Versailles betekende het einde van de Duitse productie, maar niet van Fokkers ambities. Hij keerde terug naar Nederland en richtte de NV Nederlandse Vliegtuigfabriek op. Ons land had dringend moderne vliegtuigen nodig, en Fokker leverde. De Marineluchtvaartdienst ontving twintig Fokker D.VII’s, met registratienummers D-20 t/m D-39, voor de verdediging van Den Helder en Vlissingen.

De D-28 arriveerde in 1920 op De Kooy en bleef bijna twintig jaar in dienst. Halverwege de jaren twintig kreeg hij een grote upgrade: een krachtige BMW-motor en een strakkere neus. In 1937 werd hij uit dienst genomen, maar kreeg een bijzondere bestemming: kroonstuk van het op te richten Nationaal Luchtvaartmuseum. Geduldig wachtte hij op Schiphol… maar het liep anders.

Hermann Göring op Schiphol bij een Fokker D.VII, juni 1940.

Het mysterie

In mei 1940 vielen Duitse troepen Nederland binnen. Kort daarna bezocht Hermann Göring, Hitlers rechterhand, voormalig jachtvlieger en groot bewonderaar van Fokker, Schiphol, waar de opgeslagen museumtoestellen stonden. Na zijn bezoek verdween de D-28 spoorloos, vermoedelijk als ‘geschenk’ voor Göring.

Wat daarna volgt, leest als een jongensboek. Kort na de oorlog wordt in een Duitse schuur een onbekend vliegtuig ontdekt. Aangenomen wordt dat het een Duits toestel is. Pas 35 jaar later doen restauratoren een verbluffende ontdekking: onder een laag camouflageverf komen Nederlandse markeringen tevoorschijn. Alles wijst erop dat dit de lang zoekgeraakte D-28 is. Eén van de allerlaatste echte Fokker D.VII’s, van de ruim 2.000 die ooit gebouwd zijn. Misschien wel de meest bijzondere van allemaal…

Hermann Göring bij een Fokker D.VII in 1918.

Terug op Nederlandse bodem

En nu is hij weer thuis. Het Nationaal Militair Museum toont de D-28 tijdelijk in Nederland. Een unieke kans om dit uitzonderlijke toestel van dichtbij te bewonderen!

Benieuwd hoe het verhaal verdergaat? In de volgende aflevering duiken we dieper in de periode dat de D-28 dienst deed bij de Militaire Luchtvaartdienst.

Ontdek de Fokker D.VII