35 jaar lang ‘vermomd’ in Duits museum
In 1980 doen restauratoren van het Deutsches Museum een onthutsende ontdekking. Bij restauratiewerkzaamheden aan de Fokker D.VII in hun collectie – jarenlang beschouwd als een Duits toestel uit de Eerste Wereldoorlog – komen onder lagen Duitse camouflageverf originele Nederlandse markeringen tevoorschijn.
Een Nederlandse roundel en delen van een registratiecode worden zichtbaar: een duidelijke D, het onderste deel van een 2, en een onvolledig tweede cijfer. Het mysterie is geboren: hoe kon een vliegtuig met Nederlandse markeringen in Duitsland belanden, en waarom bleef dit decennialang onopgemerkt?
Nederlandse herkomst zorgvuldig verhuld
De ontdekking komt als een schok. Tot dat moment ging het Deutsches Museum ervan uit dat het toestel bestemd was voor het Berlijnse luchtvaartmuseum van Hermann Göring, opgericht tijdens de nazi-jaren. De Fokker D.VII paste perfect in dat verhaal: het toestel was ontworpen door Anthony Fokker, gebouwd in Duitsland en gebruikt door de Duitse luchtmacht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Göring zelf vloog met dit type Fokker in 1918, wat het vliegtuig extra symbolische waarde gaf.
Na de oorlog, in 1945, werd het toestel gevonden in een Beierse schuur door Amerikaanse militairen van de Monuments Men, die in heel Europa op zoek waren naar geroofd kunst- en cultuurbezit. Wat zij aantroffen, leek rechtstreeks uit 1918 te komen: een zorgvuldig teruggebrachte ‘Eerste-Wereldoorlog-uitvoering’ met oude motor, originele neusbeplating, en het kenmerkende Duitse camouflagepatroon. De Nederlandse identiteit was zorgvuldig verhuld.
Het vliegtuig werd in beheer gegeven aan het Deutsches Museum en bleef daar tot 1980 keurig onderhouden en tentoongesteld als een klassiek Duits jachtvliegtuig.
Sporen van de Marineluchtvaartdienst
In 1980 onthulden onverwachte verfsporen echter een ander verhaal. Onder de Duitse camouflage kwam een Nederlandse roundel tevoorschijn, samen met een ‘D’-markering, die wees op een toestel van de Marineluchtvaartdienst, gestationeerd op De Kooij. Welk vliegtuig het precies was, bleef een raadsel. Van de restauratie is slechts één foto bewaard gebleven. Daarop zijn een ‘D’ en een ‘2’ zichtbaar, terwijl het tweede cijfer onleesbaar blijft.
Helaas gingen tijdens de restauratie enkele oude verflagen verloren, waardoor verder onderzoek naar de originele registratie werd bemoeilijkt. De toenmalige conservator van het Deutsches Museum vermoedde dat het toestel de D-20 was, maar in correspondentie met Nederlandse onderzoekers werden ook de D-26 of D-28 als mogelijke kandidaten genoemd. Het mysterie bleef onverminderd voortbestaan…
Intrigerend scenario
Ruim dertig jaar later, in 2013, blies het luchtvaarttijdschrift Spinner het mysterie nieuw leven in. Na jaren van stilte doken onverwacht archiefstukken op. Vast stond dat de Fokker D.VII met registratie D-28 in mei 1940 op Schiphol stond. Kort daarna namen Duitse troepen het toestel in beslag en verdween het spoorloos over de grens.
Later kwam ook bij het NIOD een spionagerapport boven water. Daarin stond dat de directeur van Fokker Hermann Göring een D.VII cadeau wilde doen, mogelijk voor diens persoonlijke luchtvaartcollectie in Berlijn, als eerbetoon aan zijn verleden als jachtvlieger. Steeds meer aanwijzingen wijzen naar de D-28.
Definitief bewijs ontbreekt nog, maar het scenario is intrigerend: decennialang stond een Nederlands vliegtuig, vermomd als Duits, in het hart van Duitsland, totdat toevallige verfsporen zijn ware identiteit onthulden.
Nederlands cultureel erfgoed
Sinds 2020 onderzoekt het Deutsches Museum het vliegtuig opnieuw, ditmaal met moderne analysetechnieken zoals infraroodreflectografie, thermografie en microscopisch verfonderzoek. Dit heeft nieuwe aanwijzingen aan het licht gebracht, die erop wijzen dat het om de D-28 gaat, zoals de aanwezigheid van metalen plaatjes. Omdat sommige onderdelen uitwisselbaar zijn, kan nog niet met zekerheid worden vastgesteld dat het hele toestel identiek is aan de verdwenen D-28. Het onderzoek loopt nog, in samenwerking met Nederlandse instellingen.
Als het toestel inderdaad de D-28 blijkt te zijn, zal het worden teruggegeven aan Nederland. De D-28 was oorspronkelijk bestemd als museumstuk voor het Nationaal Luchtvaartmuseum en geldt daarmee officieel als Nederlands cultureel erfgoed. De gevonden markeringen geven sterke aanwijzingen, al is nog niet onomstotelijk vastgesteld dat het om de D-28 gaat.
Terug op Nederlandse bodem
Toch hoeven liefhebbers niet langer te wachten om dit mysterieuze toestel te bewonderen. Het Nationaal Militair Museum toont de Fokker D.VII tijdelijk in Nederland, in bruikleen voor een periode van vijf jaar (t/m 2030). Een unieke kans om dit lang verborgen stuk Nederlands erfgoed van dichtbij te zien.
Benieuwd hoe het verhaal verdergaat? In de volgende aflevering duiken we dieper in de geschiedenis van de Fokker D.VII: een jachtvliegtuig dat ooit werd beschouwd als het beste van zijn tijd.
Bezoek de Fokker D.VII