Van evacuatie naar inferno: het verhaal achter de Dornier
In de maand augustus staan we stil bij het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan. Daarmee kwam een einde aan de Japanse bezetting van onder andere het toenmalig Nederlands-Indië, het huidige Indonesië.
De Tweede Wereldoorlog in Azië
In het Nationaal Militair Museum staat een Dornier Do 24K, een imposante driemotorige vliegboot, een type vliegboot die ook herinnert aan de Tweede Wereldoorlog in Azië. De Nederlandse Marine Luchtvaartdienst (MLD) zette dit type toestel in Nederlands-Indië in voor onder meer langeafstandspatrouilles, bevoorrading en het onderhouden van verbindingen. Doordat de Dornier op het water kon landen en opstijgen, was hij bij uitstek geschikt voor de waterrijke Indonesische archipel met zijn duizenden eilanden. Toen Japan begin 1942 Nederlands-Indië binnenviel, kregen de Dorniers bovendien een belangrijke rol bij de evacuatie van militairen en burgers.
Een onbekend verhaal
Hoewel het exemplaar in het museum zelf nooit in Nederlands-Indië heeft gevlogen, vormt het voor de rondleiders van het NMM en conservator Pieter Eckhardt hét vertrekpunt voor een aangrijpend en weinig bekend verhaal dat zij regelmatig met bezoekers delen. Dit verhaal voert ons mee naar de plaats Broome, aan de noordwestkust van Australië, bij Roebuck Bay. Begin maart 1942 lagen meerdere Nederlandse Dorniers hier in de baai. Aan boord bevonden zich onder anderen militairen en burgers die voor de Japanse opmars uit Nederlands-Indië waren gevlucht. Na een gevaarlijke vlucht naar Australië dachten zij in Broome eindelijk veilig te zijn. Maar op de ochtend van 3 maart verschenen er vijandelijke Japanse gevechtsvliegtuigen boven de baai en Broome. Binnen enkele minuten veranderden de baai en het nabijgelegen vliegveld in een slagveld.
Vluchten naar Australië
Wat gebeurde er nu precies in Broome, en waarom veranderde deze ‘veilige’ haven zo snel in een bloedbad? Na de Japanse invasie van Java in maart 1942 moest de MLD zijn vliegboten evacueren. Voor bemanningsleden en hun gezinnen, maar ook voor andere burgers, weduwen en wezen van de Slag in de Javazee (27 februari 1942), was Australië een van de laatste mogelijkheden om aan de Japanse opmars te ontkomen.
Broome werd in korte tijd een belangrijk knooppunt voor evacuaties. De stad beschikte over een vliegveld en over Roebuck Bay, een natuurlijke haven voor vliegboten. Hier konden vliegtuigen bijtanken. Vanuit onder meer Batavia, Tjilatjap en Soerabaja vlogen toestellen naar Broome, waarna evacués verder naar het zuiden van Australië reisden. In de laatste twee weken van februari, vlak voor de Japanse bezetting, passeerden naar schatting 7.000 tot 8.000 vluchtelingen Broome.
Na de Slag in de Javazee van 27 februari werden alle vluchten gestaakt. In de nacht van 2 maart 1942 werd de Java-route echter nog eenmaal geopend om de laatste negen vliegboten van de Marine Luchtvaartdienst (vijf Dorniers en vier Catalina’s) te evacueren. Vanaf geheime locaties vertrokken zij met 80 bemanningsleden en 81 burgers. Zeven uur later bereikten zij Broome, waar reeds zes Amerikaanse en Britse vliegboten lagen te wachten op brandstof voor hun verdere vlucht naar Perth.
Begin maart 1942 leek Broome nog buiten het bereik van de Japanse luchtmacht te liggen, maar dat vertrouwen bleek misplaatst. Een Japans verkenningsvliegboot, een Kawanishi op precies te zijn, had de grote concentratie geallieerde vliegtuigen ontdekt. Daarbij hadden de Japanners inmiddels Koepang op Timor bezet waardoor zij vanaf het nabijgelegen vliegveld Penfui met extra brandstoftanks de Australische kust bereiken.
De Japanners komen
Op 3 maart 1942 vertrokken er om 7.05 uur negen Japanse Mitsubishi A6M Zero-jagers vanuit Koepang. Rond 9.30 uur verschenen deze boven Broome. In Roebuck Bay lagen op dat moment vijftien vliegboten voor anker, waaronder Nederlandse Dorniers en Catalina’s. Veel toestellen hadden nog evacués aan boord: in Broome was er nauwelijks accommodatie beschikbaar en er kon door laag water geen communicatieboot uitvaren. Met name vrouwen en kinderen waren daarom aan boord van de vliegtuigen gebleven. De Japanse commandant had bevolen dat alleen militaire doelen mochten worden aangevallen. De Japanse vliegers waren zich er echter niet van bewust dat zich in de Dorniers en Catalina’s ook vrouwen en kinderen bevonden.
De Japanse piloten namen de vliegboten onder vuur. De aanval kwam vrijwel zonder waarschuwing. Drie Zero’s vielen de vliegboten aan, drie richtten zich op het vliegveld en drie zorgden voor dekking. Geallieerde jachtvliegtuigen en goed luchtafweergeschut om deze aanval af te slaan ontbraken. De volgetankte vliegboten vlogen in brand, explodeerden of zonken. Passagiers en bemanningsleden sprongen in het water, maar ook daar waren ze niet veilig. Brandstof verspreidde zich over het water en vatte vlam, terwijl de sterke stroming van het afgaande tij mensen van de kust wegvoerde. Bovendien wemelde het van de haaien in de baai.
Ook op het vliegveld werden verschillende toestellen vernietigd. Toen de Japanners rond 10.30 uur vertrokken, was in Broome geen enkel operationeel vliegtuig meer over. Voor de Marine Luchtvaartdienst werd 3 maart 1942 één van de zwartste dagen uit haar geschiedenis.
Tegenstand
Hoewel de Japanse aanval vrijwel zonder waarschuwing kwam, werd er op verschillende plaatsen tegenstand geboden. Vanuit vliegboten in Roebuck Bay werd met machinegeweren op de aanvallende Zero’s geschoten.
Eén van hen was piloot Henk Hasselo, die met zijn overvolle Dornier X-1 vluchtelingen uit Nederlands-Indië naar Broome had gebracht. Kort nadat het toestel voor anker was gegaan, begon de aanval. Hasselo hielp kinderen overboord om aan het vuur te ontsnappen, maar bleef zelf aan boord. Vanuit de staartkoepel opende hij het vuur op de Japanse jagers. Pas toen de zwaar beschadigde Dornier volliep, sprong hij gewond in het water. Samen met copiloot Jan van Persie hielp hij een uitgeputte jongen, waarna zij door de bevoorradingsboot Nicol Bay werden gered.
Voor de familie Piers eindigde de aanval daarentegen enorm tragisch. Jan Piers sprong in het water, maar zijn vrouw Cornelia, die niet kon zwemmen, bleef met hun zoons Cornelis en Frans in het brandende toestel achter. Piers probeerde wanhopig terug te keren, maar moest door bemanningsleden worden tegengehouden. Bemanningslid Jan Ruiter herinnerde zich later vooral het hartverscheurende geschreeuw van Piers om zijn gezin. Piers vrouw en zoons kwamen om.
Ook op het vliegveld werd tegenstand gegeven. Piloot Guus Winckel vervoerde met zijn Lockheed Lodestar vluchtelingen vanuit Bandoeng in Nederlands-Indië naar Perth in West-Australië. Hij had zojuist een tussenlanding gemaakt op het vliegveld van Broome voor brandstof, toen Broome werd aangevallen door de Japanse Zero-jachtvliegtuigen. Hij vuurde met een uit zijn vliegtuig gepakte 0.30 mitrailleur op een laag overvliegende Zero. Daarbij verbrandde hij zijn onderarm aan de hete loop. Winckel zag dat het getroffen toestel rokend wegvloog. De Japanse piloot Osamu Kudo was de enige Japanse deelnemer aan de aanval die niet terugkeerde. Vermoedelijk door dit optreden van Winckel. Zijn uniform, onderscheidingen en vliegbrevet zijn te vinden in onze themazaal ‘oorlogen’ op de eerste verdieping.
Diamant mysterie
De Japanners wisten op hun terugtocht nog een keer toe te slaan. Het legendarische Nederlandse vliegtuig DC-3 Dakota Pelikaan van de Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaart Maatschappij (KNILM) was vanuit Bandoeng onderweg naar Australië toen gezagvoerder Ivan Smirnoff bij Broome zwarte rookwolken zag. Kort daarna werd de Dakota aangevallen door Japanse Zero’s die terugkeerden van hun aanval op Roebuck Bay. Smirnoff raakte gewond, enkele passagiers werden getroffen en een motor vloog in brand. Toch wist hij te ontkomen en maakte hij een noodlanding bij Carnot Bay, zo’n zestig kilometer ten noorden van Broome.
Een Aboriginal die de landing had gezien, waarschuwde de Beagle Bay Mission, waarna hulp op gang kwam. Vier gewonden, onder wie een vrouw en haar baby, overleefden de aanval niet. Deze vlucht werd later vooral beroemd door een kistje met kostbare ruwe diamanten dat aan boord moet zijn geweest, maar een groot deel van deze kostbaarheden verdween na de noodlanding op mysterieuze wijze. Dit is tot op de dag van vandaag nog altijd een mysterie.
Familie Doorman
Broome bleef na de Japanse aanval in chaos achter. Onder de vluchtelingen in Roebuck Bay waren Isabelle Doorman-Heijligers, de weduwe van schout-bij-nacht Karel Doorman, en hun zesjarige zoon Theo. Zij zaten aan boord van de Catalina Y-67. Karel Doorman was kort daarvoor omgekomen tijdens de Slag in de Javazee, waar hij als commandant van een geallieerd eskader de strijd aanging met de Japanse invasievloot.
Theo herinnerde zich vele jaren later nog steeds het gebrul van vliegtuigmotoren en het ratelen van kogels die door de aluminium huid van de Catalina sloegen. Isabelle probeerde Theo te beschermen door hem onder een kooi te duwen. Toen de Catalina in brand vloog, moesten ze echter ontsnappen. Moeder en zoon sprongen in het water en raakten elkaar vrijwel onmiddellijk kwijt. In het water, zwemmend voor zijn leven, werd Theo nog in de heup geraakt door een Japanse mitrailleurkogel. Theo schijnt nog altijd de korte broek met kogelgat te bezitten die tot op de dag van vandaag herinnert aan dat moment.
Uiteindelijk werd Theo opgepikt door een boot van de Amerikaanse marine. Isabelle lag ondertussen nog in de baai. Vanuit het water zag ze tot haar opluchting dat haar zoon werd gered. Zelf moest ze meer dan een uur tegen het afgaande tij vechten voordat ook zij uit het water werd gehaald.
De slachtoffers
De aanval op Broome duurde slechts twintig minuten. Toch zijn de gevolgen ervan nog altijd zichtbaar. Nog steeds liggen er wrakken op de bodem van Roebuck Bay. Bij laag water zijn delen ervan te zien: stille getuigen van de Japanse aanval op 3 maart 1942.
Het aantal mensen dat bij de aanval op Broome omkwam is nooit met zekerheid vastgesteld. Door onvolledige passagierslijsten en het grote aantal vermisten bleef het exacte dodental onduidelijk. Wat we wel weten is dat er onder de slachtoffers tientallen Nederlandse militairen en burgers waren, onder wie veel vrouwen en kinderen. De Nederlandse slachtoffers die aanvankelijk eerst in Broome waren begraven, werden later, in 1950, herbegraven op Perth War Cemetery in Karrakatta. Op het Nederlandse erehof in Perth worden jaarlijks 35 Nederlandse slachtoffers herdacht.
“Niet elk verhaal past op een tekstbordje. Juist daarom vertellen we tijdens rondleidingen aan onze bezoekers bijzondere en soms onbekende verhalen die achter onze objecten schuilgaan. Zo blijven we bij onze Dornier het belangrijke verhaal van de aanval op Broome vertellen, aan jong en oud. Opdat wij niet vergeten.” Pieter Eckhardt, conservator
Meer weten over de Japanse aanval op Broome?
Boek:
Een eeuw Marineluchtvaartdienst 1917-2017. Ogen, oren en tanden van de vloot.
Kees Leebeek & Arie van der Hout, 2017.
Podcast:
https://www.sbs.com.au/language/dutch/nl/podcast-episode/de-baai-staat-in-brand/d5ony171p