Air Policing: verdediging in de lucht

Sinds de Russische inval in Oekraïne patrouilleren Nederlandse jachtvliegtuigen boven Oost-Europa. De F-16’s en F-35’s beveiligen het NAVO-luchtruim. Dat NAVO-landen elkaar helpen bij de luchtverdediging is niet nieuw, en Vliegbasis Soesterberg speelde hier een belangrijke rol in.

Een Nederlandse F-16 bewapend met Sidewinder-raketten. Bron: NIMH

Patrouilleren in de lucht

De taak die de Nederlandse F-16’s en F-35’s boven Oost-Europa uitvoeren heet ‘Air Policing’. In tweetallen vliegen de straaljagers langs de grens van het NAVO-gebied, klaar om in te grijpen als een ander vliegtuig zonder toestemming de grens over komt.

In het meest extreme geval moet het vijandige toestel worden neergeschoten. De jachtvliegtuigen zijn daarvoor bewapend met het boordkanon en twee soorten raketten. De Sidewinder-raket is hittezoekend, en de AMRAAM-raket gebruikt radar om het doel te vinden.

De Air Policing wordt niet alleen door Nederland uitgevoerd: alle NAVO-landen dragen hun steentje bij aan de verdediging van het gemeenschappelijke grondgebied.

Supersnel de lucht in

Ook in Nederland staan zeven dagen per week, vierentwintig uur per dag twee F-16’s klaar om op te stijgen. Als de luchtverkeersleiding alarm slaat, zijn de F-16’s binnen een mum van tijd onderweg. Dit heet de QRA: de Quick Reaction Alert.

De QRA kan worden geactiveerd wanneer vijandige bommenwerpers richting het Nederlandse luchtruim vliegen, maar vaker gaat het om ongelukken of menselijke fouten. Denk bijvoorbeeld aan een verkeersvliegtuig dat zijn radio verkeerd heeft afgesteld. Maar de QRA-toestellen komen ook in actie bij kapingen of terrorisme.

Het protocol is altijd hetzelfde: één van de twee F-16’s gaat naast de cockpit van het toestel in nood vliegen, om via handsignalen met de piloot te communiceren. De andere F-16 blijft achter het toestel, om toezicht te houden en eventueel te schieten.

Een Nederlandse F-35 tankt in de lucht bij. Foto: Ministerie van Defensie

Bijtanken in de lucht

De Nederlandse toestellen opereren vanuit Nederland. De F-16’s stijgen op in Volkel, de F-35’s werken vanuit Leeuwarden. Ze vliegen naar Polen, voeren hun taak uit en komen weer terug naar Nederland. De kerosinetanks van de straaljagers zijn veel te klein voor de lange missies die ze vliegen. Om niet steeds te hoeven landen om te tanken, worden speciale tankvliegtuigen ingezet. Dit zijn grote toestellen met enorme brandstoftanks en een pompsysteem, die boven het inzetgebied rondjes vliegen. Jachtvliegtuigen die brandstof nodig hebben vliegen naar zo’n tanker toe. De boom operator in het tankvliegtuig leidt de tankslang of -stang naar de inlaatklap van de straaljager. De kerosine wordt overgepompt, en de straaljager kan weer verder met zijn missie!

Twee Amerikaanse F-15's boven Vliegbasis Soesterberg. Foto: NIMH

Soesterberg Air Base

Het beveiligen van het luchtruim is al heel lang een belangrijke taak van de luchtmacht. Ook op Vliegbasis Soesterberg, waar nu ons museum staat, waren squadrons voor de luchtverdediging actief. Van 1954 tot en met 1994 was er hiervoor een Amerikaans squadron op Soesterberg geplaatst. Dit was het 32nd Tactical Fighter Squadron. Ze vlogen tijdens de Koude Oorlog met de F-15, een groot en sterk jachtvliegtuig met een hypermoderne radar en raketten. Toen het squadron in 1994 afscheid nam van Soesterberg lieten ze één F-15 achter, en die kun je in ons museum van dichtbij bekijken.