De F-16 MiG-killer: luchtoorlog boven Servië
In 1991 barstte het conflict in het verdeelde Joegoslavië in alle hevigheid los. Na het overlijden van Tito streden verschillende deelrepublieken om autonomie. Onder leiding van de Verenigde Naties, en later de NAVO, zette de internationale gemeenschap tienduizenden militairen in om de vrede te herstellen en te bewaren.
Oorlog op de Balkan
De Koninklijke Luchtmacht werd vanaf 1992 ingezet bij het conflict. In 1995 escaleerde de oorlog rond de val van de enclave Srebrenica. Een Nederlandse F-16 wierp toen voor het eerst bommen af op Servische troepen. In 1998 escaleerde de situatie op de Balkan opnieuw, ditmaal rond Kosovo – destijds een provincie van Servië waar de Albanese meerderheid naar onafhankelijkheid streefde. Om aan het geweld een einde te maken greep de NAVO in. Tijdens operatie Allied Force bombardeerde de NAVO doelen in Servië. De luchtaanvallen waren hoofdzakelijk gericht tegen militaire doelen, maar ook de civiele infrastructuur, zoals bruggen en vliegvelden, werd zwaar getroffen.
Inzet van de luchtmacht
De luchtmacht stelde F-16’s beschikbaar voor operaties boven Kosovo en Servië. Ze beschermden bombardementsformaties en voerden zelf ook aanvallen op gronddoelen uit. Deze periode toonde goed aan hoe veelzijdig de F-16 als multifunctioneel vliegtuig is. De toestellen waren kort daarvoor uitgerust met de geavanceerde AMRAAM luchtverdedigingsraket en konden dankzij nieuwe doelaanwijzingsapparatuur (targeting pods) ook lasergeleide bewapening afwerpen. Daarmee was de F-16 voor het eerst volledig inzetbaar onder alle weersomstandigheden.
De techniek in 1999 kende echter nog beperkingen: een F-16 kon niet tegelijkertijd een doel aanstralen én munitie afwerpen. Eén toestel straalde aan, een ander wierp de bom af. Dankzij toegenomen precisiemogelijkheden kregen de Nederlandse vliegers zwaarder verdedigde doelen toegewezen om aan te vallen. Door het buddy-lasersysteem bleven zij bovendien vaak langer boven een gebied dan anders het geval zou zijn geweest. Het opereren boven Servisch grondgebied was al met al zeer risicovol: de Servische luchtverdediging beschikte niet alleen over geavanceerde luchtafweersystemen, maar ook over moderne MiG-29 jachtvliegtuigen.
Op 24 maart 1999 vond de eerste luchtaanval van Allied Force plaats. Vier Nederlandse F-16’s beschermden coalitievliegtuigen die aanvallen uitvoerden boven vijandelijk gebied. Toenmalig majoor Peter Tankink zag op zijn radar een vijandelijk vliegtuig naderen. Nadat was vastgesteld dat het een MiG-29 betrof, vuurde hij direct een AMRAAM-raket af en haalde het toestel neer. De vlieger van de MiG wist zich te redden met zijn schietstoel. Tankink vertelt er nuchter over:
Na een halve minuut zag ik een vage lichtflits en een seconde of wat daarna zag ik brandende wrakstukken naar beneden vallen. Toen wist ik dat ik hem had geraakt.
De J-063 MiG-killer
Tankink schoot de MiG neer met de F-16 J-063. Direct na de actie werd het toestel voorzien van een MiG-29-silhouet, en staat sindsdien bekend als de MiG-killer. Tegenwoordig bekleedt kolonel Peter ‘Wobble’ Tankink een staffunctie. De J-063 heeft voor hem een bijzondere betekenis: het is ook het toestel waarmee hij in 1992 zijn eerste operationele missie vloog boven Bosnië. Het was dan ook passend dat Tankink eind 2022 de eer had de laatste operationele vlucht met de J-063 te maken. In 2024 maakten de F-16’s plaats voor de F-35. De J-063 heeft inmiddels een vaste plek gevonden in het Nationaal Militair Museum.
Bezoek de F-16 MiG-killer
"Allied Force boven voormalig Joegoslavië was een echte luchtoorlog, met grote risico’s. De MLU F-16 bewees zijn grote waarde. De Nederlandse luchtmacht hoorde volgens de Amerikanen tot het A-team, daar kunnen ze trots op zijn." Alfred Staarman, conservator