Muziek op het strijdtoneel

Legers werden bij veldtochten en operaties altijd begeleid door muziek en muzikanten. Het is een fenomeen van alle tijden. Muziek en muziekinstrumenten hadden een strategische functie; als hulpmiddel voor uiteenlopende zaken die in verschillende tijdperken steeds anders werd toegepast. Trommels en blaasinstrumenten waren al te zien bij de Romeinen en in de middeleeuwen. Op middeleeuwse afbeeldingen zijn trommen en fluiten te zien, die vaak ook nog eens door één persoon werden bespeeld.

Tamboer, Pijper en Hoornblazer, der Nationale Infanterie. Naar een gravure van D, Sluyter, uit: Teupken, J.F., Kleding en Wapenrusting van de Koninklijke Nederlandsche troepen, 1823

Tamboers en pijpers

Bij een troepenverplaatsing was het van groot belang dat eenheden op tijd op een bepaalde plek aanwezig waren. De trom was hét hulpmiddel dat de infanterie (voetvolk) in de pas moest laten lopen, slenteren was uit den boze. Het was zaak dat een tamboer het aantal passen per minuut wist op te voeren. Commandanten kregen extra waardering wanneer zij met hun troepen een grotere afstand binnen één enkele dagmars wisten af te leggen, een belangrijk strategisch onderscheid.

Blaasinstrumenten verhoogden bij dagmarsen de motivatie en versterkten het moreel. Bij lange marsen konden tamboers en pijpers dus het verschil maken. Een hedendaags voorbeeld zijn de Vierdaagse Afstandsmarsen in Nijmegen, waar de muziek voor een groot deel de sfeer en het tempo bepaalt. Maar na een dag marcheren was ontspanning en vermaak essentieel. Uiteraard hadden muzikanten ook daarin een taak.

Signalen

Militair optreden in grote groepen, verspreid over een groot gebied, vergt een nauwkeurige regie. Hoe bereik je dat op grote afstand, in open veld, zonder elektronische geluidsversterking en communicatiemiddelen zoals we dat vandaag kennen?

Communicatie vond plaats door het geven van signalen met muziekinstrumenten; het afgeven van codes in ritme en tonaliteit met een trom of een blaasinstrument. Hiermee kregen tamboers en pijpers een tactisch strategische taak toebedeeld. Het was van groot belang dat de militair deze codes ook kende.

Exerceren met muziek vormde een aparte training. Zowel speler als toehoorder moest hierin geoefend zijn. Dit bracht met zich mee dat de tamboer een prominente plek kreeg, dicht bij de commandant. Hij was immers zijn spreekbuis. Samen met de vaandeldrager vormden zij de personen die zich altijd in de directe nabijheid van de bevelvoerder bevonden. Met zo’n positie werden niet alleen vaandels en kanonnen maar ook trommen een geliefd voorwerp als trofee en krijgsbuit.

Een tamboer van het roemruchte muziekkorps Regiment Wielrijders. Het bespelen van een instrument op een fiets vergde bijna acrobatische toeren. Het stuur moest ervoor aangepast worden.

Tot grote bloei

Rond 1800, in de Napoleontische tijd, zijn militaire muziekkorpsen tot grote bloei gekomen. Aanvankelijk waren de trom en piccolo de meest voorkomende instrumenten. Gedurende de negentiende eeuw kwam de trom steeds meer voor in combinatie met andere blaasinstrumenten zoals de doedelzak, maar vooral de klaroen en hoorn. Deze hadden met hun geluid een groot bereik.

De trom zelf ontwikkelde zich ook. De oudere exemplaren waren aanvankelijk nog van hout. De latere varianten met een messing ketel kregen een bespanning aan boven- én onderkant. Een trilsnaar aan de onderzijde maakte het geluid scherper voor een verder dragend bereik.

Verwerking en herdenking

Maar muziek speelde voor de militaire zaak niet alleen een rol op het slagveld. Ook zijn er vele stukken gecomponeerd juist ter verwerking en herdenking van veldslagen. Een mooi voorbeeld in dit genre is het alom bekende ‘Ouverture 1812’ van P.I. Tsjaikovski. Aanleiding was de inwijding van de Christus Verlosserkathedraal in Moskou, gebouwd ter herinnering aan de Russische overwinning op het leger van Napoleon in 1812. Rouwverwerking was eveneens een grote inspiratiebron voor composities. Bij herdenkingen is muziek niet meer weg te denken.

Conservator NMM Paul van Brakel
"De trom was hét hulpmiddel dat de infanterie (voetvolk) in de pas moest laten lopen, slenteren was uit den boze. Het was zaak dat een tamboer het aantal passen per minuut wist op te voeren." Paul van Brakel - Conservator NMM

In aanloop naar de Nacht van de Militaire Muziek delen we verschillende verhalen over de rol van muziek binnen defensie. Meer informatie over de Nacht?

Nacht van de Militaire Muziek