Een Nederlandse held in Albanië

Onlangs bezocht de Albanese ambassadeur, de heer Artur Kuko, het Nationaal Militair Museum om de collectie over de Nederlandse held in Albanië, majoor Lodewijk Willem Johan Karel Thomson (1869-1914), te bekijken. Onze verzameling omvat onder meer foto’s van Thomson in Albanië en zelfs de kogel die hem, volgens de overlevering, dodelijk zou hebben getroffen.

De Albanese ambassadeur, de heer Artur Kuko, bezoekt het Nationaal Militair Museum om de collectie over de Nederlandse held in Albanië, majoor Lodewijk Willem Johan Karel Thomson (1869-1914), te bekijken.

Thomson is de eerste Nederlandse militair die sneuvelde tijdens een internationale vredesmissie. Samen met zeventien andere officieren had hij de taak gekregen om een Albanese gendarmerie op te zetten – een politiemacht die de jonge staat Albanië moest ondersteunen bij het bestuur en zou bijdragen aan het beëindigen van interne conflicten tussen bevolkingsgroepen.

Zijn dood in de Albanese hoofdstad Durrës maakte diepe indruk, zowel in Nederland als in Albanië, waar hij nog altijd wordt gezien als een held van de Albanese onafhankelijkheid.

Koning Wilhelm Friedrich Heinrich Prinz zu Wied van Albanië, Collectie Nationaal Militair Museum, 00155427.

Het rommelde op de Balkan

Eind februari 1914 vertrok Thomson, majoor van het 12e Regiment Infanterie met als standplaats Groningen, naar Albanië voor een internationale vredesmissie. Hij had op dat moment al een brede militaire loopbaan achter de rug. Hij had gediend in Nederlands-Indië tijdens de Atjeh-oorlog en hij was militair attaché geweest in Zuid-Afrika tijdens de Tweede Boerenoorlog. Tussen 1905 en 1913 had hij zelfs in de Tweede Kamer gezeten als defensiespecialist.

Toen Thomson naar Albanië vertrok in 1914 rommelde het op de Balkan. Na de Eerste Balkanoorlog had Albanië in 1912 zijn onafhankelijkheid van het Ottomaanse Rijk uitgeroepen. De instabiele situatie op de Balkan had grote mogendheden doen besluiten een buitenlandse vorst aan te stellen in het land: de Duitse prins Wilhelm zu Wied.

Lentefeest te Durazzo in het zigeunerkamp, Collectie Nationaal Militair Museum, 00155423.

Ook werd er vanuit mogendheden een internationale troepenmacht gevormd. Nederland kreeg, vanwege zijn neutraliteit en ervaring met koloniale oorlogvoering, de taak een nationale gendarmerie op te richten. Een groep van zeventien Nederlandse officieren werd uitgezonden, onder leiding van generaal De Veer en luitenant-kolonel Thomson.

De missie bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Thomson was samen met zijn kameraden in een uiterst complexe en instabiele situatie beland. Albanië bleek diep verdeeld, met verschillende etnische groepen die elk hun eigen belangen nastreefden. Het land was verwikkeld in een burgeroorlog.

Thomson met officieren, Collectie Nationaal Militair Museum, 00166948.

Een kleine wond, een fatale klap

De drie Nederlandse officieren, majoor J.M. Sluys, kapitein J.H. Sar en majoor Lucas Roelfsema, werden uitgezonden naar de Albanese stad Durazzo (het huidige Durrës), waar ook het koninklijk paleis stond. Eenmaal daar aangekomen, kwamen zij terecht in een chaotische en gewelddadige omgeving. Na een escalatie, waarbij de Nederlanders onder vuur kwamen te liggen en Roelfsema en Sar kort gevangen werden genomen, nam Thomson het commando in Durazzo over.

Thomson liet rondom de stad verdedigingswerken aanleggen met het oog op een tegenaanval op de rebellen, die kort daarvoor een direct gevaar bleken te vormen. De rebellen waren hem echter voor. In de vroege ochtend van 15 juni 1914 vielen zij de stad van twee kanten aan. Terwijl Thomson de situatie probeerde te overzien, werd hij door een kogel getroffen en stortte hij dodelijk gewond neer.

Kogel waarmee volgens de overlevering Thomson dodelijk is getroffen, Collectie Nationaal Militair Museum, 113104.

Roelfsema stond naast Thomson op het moment dat deze dodelijk werd getroffen en legde zijn waarnemingen vast in een uitvoerig rapport aan de minister van Oorlog:

Het was 5.45 uur toen de commandant van deze sector der verdediging, de majoor Roelfsema], zich bij den overste [Thomson] voegde. Beiden bevonden zich op dat ogenblik ongeveer 25 meter achter de sterk bezette loopgraaf, van waaruit een vrij hevig vuur werd afgegeven…

Plotseling wendde [Thomson] zich tot den majoor, zeggende ‘ik ben gewond’. De Majoor zag twee kleine gaten in de jas van den overste: één boven in de rechterborst dicht bij de hals, het andere iets hoger in den rug, in den rechter schouder. Blijkbaar was de overste van voren getroffen. De Majoor liep onmiddellijk met den gewonde in de richting van den kunstweg, de overste zei nog: ‘laat mij wegbrengen’ doch zakte plotseling ineen…

Portret Lukas Roelfsema, Collectie Nationaal Militair Museum, 00144383.
Ruïne van de citadel bij Durazzo, getekend door Lukas Roelfsema, Collectie Nationaal Militair Museum, 00175914.

Roelfsema probeerde Thomson nog te helpen. Samen met een oorlogscorrespondent bracht hij hem naar een wachthuisje en legde hem daar op een bed. De wond leek op het eerste gezicht weinig te bloeden, maar de kogel had een slagader geraakt. Om 06:10 uur stelde legerarts Tiddo Reddingius vast dat Thomson was overleden. Pas later die dag, nadat de gevechten waren geluwd, werd Thomson opgebaard en tijdelijk begraven.

Voorlopig graf van Thomson in Albanië, Collectie Nationaal Militair Museum, 0055429.

Abort Mission

De missie bleek onuitvoerbaar. De dood van Thomson benadrukte het feit dat de Nederlandse officieren niet veilig hun werk konden uitvoeren. Na vier maanden werd deze dan ook beëindigd en de Nederlandse officieren keerden terug naar huis. Voor hun inzet ontvingen zij van vorst Wilhelm zu Wied de Orde van de Zwarte Adelaar – de hoogste Albanese onderscheiding. Slechts drie maanden later, op 3 september, trad zu Wied overigens alweer terug als vorst van Albanië.

Aanvankelijk werd het lichaam van Thomson in Durrës begraven, in afwachting van overbrenging naar Nederland. Op 2 juli 1914 arriveerde de Nederlandse kruiser Noord-Brabant in Durrës om het lichaam op te halen. Het schip keerde terug naar Nederland en voer op 14 juli de sluizen van IJmuiden binnen. Op 15 juli nam een grote menigte op de Handelskade in Amsterdam afscheid van ‘de held van Durazzo’. Daarna werd de kist onder militaire eer per trein naar Groningen vervoerd, waar duizenden mensen langs de route in stilte eer bewezen.

Aankomst van het stoffelijk overschot van Thomson in Amsterdam, Collectie Nationaal Militair Museum, 00155433.

Een mysterie mee het graf in

De precieze omstandigheden van Thomsons dood zijn nooit opgehelderd. Opvallend was dat hij van voren werd geraakt, terwijl de vijand zich aan de andere kant van de stad bevond. Dit riep al snel vermoedens op van een gerichte aanslag. Volgens ooggetuigen stond hij met zijn rug naar een muur, wat zou betekenen dat het schot vanuit de stad zelf kwam. Arts Reddingius stelde vast dat het ging om een enkel schot van grote afstand, afgevuurd met een modern geweer van klein kaliber.

Hierdoor ontstond de theorie dat Thomson doelbewust door een sluipschutter werd gedood. Italiaanse betrokkenheid werd daarbij niet uitgesloten, vanwege hun steun aan de rebellen. Anderen hielden het echter op een rebel die door de linies was geslopen, of simpelweg op een verdwaalde kogel. Tot op heden blijft onduidelijk wat er precies is gebeurd, al geldt die laatste verklaring als de meest aannemelijke.

In Nederland herinneren onder meer een borstbeeld in Groningen en een monument in Den Haag aan Thomson, maar in Albanië leeft zijn naam sterker voort. Hij wordt gezien als een held die zijn leven gaf voor de Albanese onafhankelijkheid. In de Albanese hoofdstad Tirana krijgt hij aandacht in het Nationaal Museum, er is een militaire school naar hem vernoemd en in de stad Durrës staat een borstbeeld dat door Nederlandse bewonderaars is geschonken.

In het museum

In het Nationaal Militair Museum herinneren enkele unieke tekeningen van Roelsfema aan deze enigszins vergeten vredesmissie. Ook vind je in onze Schatkamer een bijzonder schilderij waarop de aankomst van het stoffelijk overschot van Thomson aan de Handelskade in Amsterdam is vastgelegd.

Conservator Pieter Eckhardt
"Een presentatie over Thomson in Albanië met objecten uit onze collectie zou een passend eerbetoon zijn aan deze man. Er komt een NAVO-top in Albanië: dat zou een mooie aanleiding kunnen zijn." Pieter Eckhardt, conservator