Groepsfoto in Elmina op de trap ergens voor een huis aan de Goudkust.

Een verrassende vondst: onbekende foto’s van Elmina

Soms doe je als conservator tijdens een onderzoek een ontdekking die je niet voor jezelf kunt houden: zelfs al is het onderzoek nog lang niet afgerond. Sommige vondsten zijn gewoon te bijzonder! In deze blog deel ik daarom mijn ontdekkingen met jou.

Fort Coenraadsburg, Elmina. Collectie Nationaal Militair Museum 00158155.

Beelden uit Elmina, Ghana

Tijdens mijn onderzoek naar koloniale fotografie stuitte ik onverwacht op zes bijzondere foto’s. Ze dateren van omstreeks 1870 en tonen Elmina en omliggend gebied in het huidige Ghana. Op de foto’s zijn onder meer het imposante Fort Elmina met een grote Nederlandse vlag, Fort Coenraadsburg op St. Jago Hill, een panoramisch gezicht op de stad en een groepsportret van de plaatselijke elite te zien. Foto’s van Elmina uit de Nederlandse periode, dus van vóór de overdracht aan Groot-Brittannië in 1872, zijn uiterst zeldzaam. Op het eerste gezicht lijken het fraaie negentiende-eeuwse foto’s, maar ze vertellen een veel groter verhaal: dat van de laatste jaren van de Nederlandse aanwezigheid aan de Afrikaanse Goudkust.

Stadsgezicht aan de Goudkust. Collectie Nationaal Militair Museum 00158157.

Nederlanders aan de Goudkust

De Nederlandse geschiedenis aan de Goudkust begon aan het begin van de zeventiende eeuw. De Republiek wilde concurreren met de Portugezen, die al vanaf het einde van de vijftiende eeuw handeldreven langs de West-Afrikaanse kust in goud en tot slaaf gemaakte mensen. In 1637 veroverden de Nederlanders Fort Elmina, ook bekend als Fort São Jorge da Mina of Fort Sint George. Het fort groeide uit tot het bestuurlijke en economische centrum van de Nederlandse bezittingen aan de Goudkust.

Aanvankelijk draaide de handel vooral om goud, ivoor en andere producten uit het binnenland. Al snel werd echter de trans-Atlantische slavenhandel een van de belangrijkste inkomstenbronnen. De West-Indische Compagnie (WIC) en later de Middelburgse Commercie Compagnie gebruikten Fort Elmina en andere forten om tot slaaf gemaakte Afrikanen gevangen te houden, voordat zij per schip naar Amerika werden vervoerd en verkocht.

Na de afschaffing van de Nederlandse slavenhandel in 1814 veranderde de situatie ingrijpend. De handel in tot slaaf gemaakte mensen werd verboden. Pogingen om inkomsten te halen uit palmolie, landbouw en goudwinning leverden onvoldoende op. Bovendien bezat Nederland aan de Goudkust geen kolonie in moderne zin. De forten lagen op het grondgebied van Afrikaanse staten en hun voortbestaan was afhankelijk van verdragen met lokale machthebbers, zoals de Ashanti, die lange tijd bondgenoten van Nederland waren. Toen de invloed van de rivaliserende Britten langs de kust verder toenam, verloor de Goudkust geleidelijk haar betekenis voor Nederland.

Portret van Cornelis Johannes Marius Nagtglas.

De foto's van Nagtglas

De zes foto’s die ik aantrof in onze collectie zijn afkomstig uit het archief van Cornelis Johannes Marius Nagtglas (1814–1897), de voorlaatste Nederlandse gouverneur van de Nederlandsche Bezittingen ter Kuste van Guinea. Na een korte militaire loopbaan vertrok hij in 1851 als assistent-resident naar Elmina. In 1857 werd hij gouverneur en probeerde hij de afnemende Nederlandse aanwezigheid nieuw leven in te blazen. Anders dan veel van zijn tijdgenoten geloofde hij dat de Goudkust nog toekomst had. Hij pleitte voor investeringen in landbouw, onderwijs en gezondheidszorg en hoopte daarmee de Nederlandse positie te versterken.

Toen Nagtglas als 37-jarige voor het eerst voet aan wal zette, vormde Elmina het bestuurlijke hart van de Nederlandse aanwezigheid aan de Afrikaanse westkust. Rond 1860 beheerde Nederland nog ongeveer veertien forten langs de West-Afrikaanse kust. Twee daarvan zijn op de foto’s duidelijk herkenbaar. Op één opname domineert Fort Elmina het stadsbeeld, met boven op de wallen de Nederlandse driekleur. Op een andere foto is Fort Coenraadsburg te zien, gebouwd op St. Jago Hill, aan de overzijde van de rivier de Benya. Vanuit dit fort kon het lagergelegen Fort Elmina worden beschermd bij eventuele aanvallen.

Zicht op Fort Elmina
Zicht op Fort Elmina. Collectie Nationaal Militair Museum 00158153_002.
Huizen op een heuvel aan de goudkust met landbouw.
Huizen op een heuvel aan de goudkust met landbouw. Collectie Nationaal Militair Museum 00158152.

Wie de foto’s heeft gemaakt, weten we helaas niet. Fotografie deed vanaf de jaren 1840 haar intrede aan de Goudkust, maar bleef aanvankelijk beperkt tot Europese reizigers, militairen en bestuurders. Rond 1870 vestigden zich de eerste Afrikaanse en Euro-Afrikaanse beroepsfotografen. De invloedrijke familie Lutterodt, met studio’s in Accra, Cape Coast en Elmina, geldt als pionier van de West-Afrikaanse fotografie. Het is mogelijk dat één van de leden van deze familie de foto’s uit de collectie van Nagtglas heeft gemaakt.

Groepsfoto in Elmina op de trap ergens voor een huis aan de Goudkust. Collectie Nationaal Militair Museum 00158151.[

Een blik op de Euro-Afrikaanse elite

Een van de foto’s springt direct in het oog: een indrukwekkend groepsportret van leden van de Euro-Afrikaanse elite, samen met enkele Europeanen. Mogelijk staat Nagtglas zelf ook op de foto. De man rechts op de voorgrond vertoont namelijk enige gelijkenis. Veel van de afgebeelde personen zullen hebben behoord tot de invloedrijke Euro-Afrikaanse elite. Families als Bartels, De Veer, Clercq, Rühle, Huydecoper en Huidekoper speelden een sleutelrol in handel, bestuur, rechtspraak en diplomatie. Zij vormden de schakel tussen de Nederlanders en de Afrikaanse machthebbers. Gemengde relaties tussen Europese mannen en Ghanese vrouwen waren zeer gebruikelijk. Ook Nagtglas kreeg tijdens zijn eerste verblijf aan de Goudkust een zoon met de Euro-Afrikaanse Anna Abraba Smith. Bij zijn terugkeer in 1869 erkende hij Karel Anne Nagtglas officieel als zijn zoon.

Gebouwen in Elmina aan de overkant van de Benya, omstreeks 1870. Collectie Nationaal Militair Museum 00158154_002.

De laatste jaren van Nederlands Elmina

Tijdens Nagtglas’ bestuursperiode nam de Britse invloed langs de kust steeds verder toe. Om de Nederlandse positie te versterken stelde hij voor de Nederlandse en Britse forten opnieuw over beide mogendheden te verdelen. Dat leidde in 1867 tot een verdrag waarbij de Zoete Rivier de grens werd tussen een Nederlands westelijk en een Brits oostelijk deel van de Goudkust.

Deze herverdeling pakte rampzalig uit voor Nederland. Afrikaanse bondgenootschappen werden zonder overleg doorbroken en verschillende kuststaten kwamen in opstand. Elmina werd maandenlang belegerd en de handel viel vrijwel stil. Om de crisis te bezweren werd Nagtglas in 1869 opnieuw naar Elmina gestuurd, nu als regeringscommissaris én gouverneur. Dankzij zijn ervaringen en zijn goede contacten hoopte de Nederlandse regering dat hij de situatie kon stabiliseren. Nagtglas probeerde te bemiddelen tussen de Elminezen, de Fanti en de Ashanti. De Ashanti waren immers al eeuwenlang een belangrijke bondgenoot van Nederland. Nadat inwoners van Komenda Nederlandse matrozen hadden gevangengenomen en één van hen hadden gedood, besloot Nederland tot een harde militaire strafexpeditie. Komenda en omliggende dorpen werden verwoest. Hoewel deze acties in Nederland werden gepresenteerd als een herstel van het gezag, werd de Nederlandse positie steeds kwetsbaarder.

De Nederlandse regering zag uiteindelijk geen toekomst meer voor de Goudkust. In ruil voor Britse toezeggingen op Sumatra, waar Nederland zijn gezag in Atjeh wilde uitbreiden, stemde zij in met overdracht van de bezittingen. Op 6 april 1872 werd Elmina officieel aan Groot-Brittannië overgedragen. Daarmee kwam na 235 jaar een einde aan de Nederlandse aanwezigheid aan de Goudkust. Het jaar daarvoor was Nagtglas, mede vanwege zijn gezondheid, gedesillusioneerd naar Nederland teruggekeerd.

Meer dan alleen foto's

Nagtglas liet een indrukwekkende nalatenschap na, dat nu tot een belangrijke bron voor de geschiedenis van het gebied is geworden. Niet alleen in het Nationaal Militair Museum zijn archieven van hem te vinden, enkele etnografische objecten en archieven bevinden zich in het Zeeuws Genootschap en in de archieven in het Nationaal Archief. Voorwerpen uit zijn bezit worden bewaard in het Rijksmuseum, terwijl Naturalis honderden door hem verzamelde vogels, zoogdieren en andere dieren bezit. Verschillende soorten zijn zelfs naar hem vernoemd, waaronder de muizen Eliomys nagtglasii en Graphiurus nagtglasii, de zweepspin Phrynus nagtglasii en de neushoornvogel Buceros nagtglasii. Het zijn allemaal bronnen en archieven die ik deze zomer zal doorzoeken om meer te weten te komen over het leven van Nagtglas. Hopelijk ontdek ik dan meer informatie over de aangetroffen foto’s in onze collectie.

Conservator Pieter Eckhardt
“Deze foto’s tonen een gezamenlijke geschiedenis van Ghana en Nederland die tot aan de dag van vandaag doorloopt. Ze geven een uniek inkijkje in onze gezamenlijke geschiedenis” Pieter Eckhardt, Conservator