Veteraan vertelt: Peggy Lynch
Op haar achtste wist Peggy Lynch (53) al dat ze militair wilde worden. Ze heeft oog voor mensen en wilde iets betekenen voor de samenleving. Ze ging op uitzending naar Kosovo en raakte daar diep onder de indruk van de veerkracht van de mensen.
Peggy Lynch (41) was militair bij de staf van het Geniehulpbataljon en is nu operationeel manager en planner bij een beveiligingsbedrijf. Missie: Kosovo (1999).
Dienstbaar aan anderen
De televisieserie Tour of Duty speelde voor Peggy een belangrijke rol bij haar keuze om militair te worden. Op 8-jarige leeftijd was ze al vastberaden was om militair te worden. “Ik wilde dat ook: het uniform, het klaarstaan voor anderen en mensen beschermen. Op mijn 17e heb ik de stoute schoenen aangetrokken. Mensen zeiden dat ik het niet kon. Maar ik laat me niet gauw iets vertellen. Ik dacht: ik ga laten zien dat ik het wél kan.”
In 1999 ging ze op uitzending naar Kosovo. “Wij waren er voor de wederopbouw van het land. Om voor en samen met de mensen huizen, scholen en ziekenhuizen op te bouwen. En voor de stabiliteit,” vertelt Peggy. “Ik was met de eenheid die bij massagraven mensen ging identificeren. Ik was de chauffeur van de kapitein van S3 en van ’s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat gingen we naar dorpen om te kijken wat er nodig was bij onze manschappen. Wij waren de sectie ‘stiekem’ waar alle informatie als eerste binnenkwam als er iets was gebeurd.”
Als familie
Het was een pittige uitzending, vertelt ze. “De eerste zes weken hebben we vanuit een pup tent geleefd. We kwamen aan op een kale vliegstrip en hebben het hele kamp opgebouwd. Het was echt back to basic. Jezelf wassen deed je met een flesje water of in de regen en ons eten bestond uit rantsoenpakketten. Het was pittig, maar wel een hele mooie uitzending. Je hebt samen alles opgebouwd en samen alles meegemaakt. Zo bouw je een band op met elkaar. Je collega’s zijn op dat moment je familie. Mocht het nodig zijn, dan zou ik het zo weer doen. Ook in de omstandigheden waarin we zaten.”
De meeste indruk heeft de omslag van de mensen op Peggy gemaakt. “Dat mensen die buren of vrienden van elkaar waren, van de ene op de andere dag vijanden werden. Dat ze elkaar uitmoordden, terwijl ze de dag ervoor nog samen in de tuin thee zaten te drinken. Hoe kan dat? Doordat één iemand iets heeft bedacht en gezegd, maakten ze elkaars leven kapot. Terwijl het niet nodig was geweest.”
Wat ook indruk maakte, was de motivatie van de lokale mensen om door te gaan. “Als ik bij een dorp was waar een massagraf was ontdekt, waren de mensen – ondanks dat ze heel veel verdriet hadden – blij dat ze een dierbare hadden gevonden en diegene thuis konden brengen. Ondanks alle ellende en verdriet gingen ze door. De motivatie om hun dorp opnieuw op te bouwen, heeft een diepe indruk op me gemaakt.”
Burgerleven
Omdat Peggy een kinderwens had, maakte ze na acht jaar de overstap naar het burgerleven. “Ik wilde geen kinderen op de wereld zetten en vervolgens drie weken op oefening of zes maanden op uitzending moeten. Ik wilde thuis zijn voor mijn kinderen. Nadat mijn jongste was geboren, ben ik als vrijwilliger in een hospice gaan werken. Omdat ik mensen die sterven ook dat laatste stukje wilde begeleiden, ben ik in de uitvaartbranche terechtgekomen. Het is een roeping. Een dankbaar beroep, dat ik met passie heb gedaan.”
Ze licht toe wat die passie voor haar is: “Ik ben een heel gevoelig iemand. Ik geef om mensen. Mensen verzorgen zit in mij. Het is enorm dankbaar werk om de laatste zorg te verlenen, de overledene mooi te verzorgen en thuis te brengen, zodat de familie hun dierbare terugziet zoals zij die gekend hebben.”
Blij zijn met wat je hebt
Daarna maakte Peggy na negen jaar de overgang naar de beveiliging. “Ik kom vanuit Defensie. Als je een opdracht krijgt, is het: niet zeuren, maar doorpakken. Wat mij tegenzat in de uitvaartbranche was dat collega’s dagelijks aan het klagen waren. Dat paste niet meer bij mij. Ik kan nog steeds niet wennen aan die burgermentaliteit van: klagen en niet doorpakken. Ik heb vier kinderen en heb ze allemaal opgevoed met de mentaliteit: niet klagen, doe gewoon wat je moet doen. Gelukkig hebben ze dat alle vier.”
Haar tijd bij Defensie heeft Peggy’s instelling in het leven gevormd. Ze licht toe: “Ik maak me niet druk om dingen. Ik geniet van het leven en van wat ik doe. Ik heb mensen gezien die zoveel hebben meegemaakt en nergens over klagen, maar gewoon doorpakken. En ook het zorgzame: er willen zijn voor anderen en helpen waar het kan. En blij zijn met wat je hebt.”
Kosovo voelt als thuiskomen
De groep bestaat uit 12 veteranen die allemaal in Kosovo gediend hebben. Peggy: “We zetten een crowdfunding op en per persoon nemen we 350 euro mee. Daarmee hebben we al kunnen bijdragen aan een operatie en een rolstoel. Ook hebben we winterjassen meegenomen en rugzakken gevuld voor kinderen. Iedereen doet het met volle overgave en liefde. Als ik terugkom in Kosovo voelt het als thuiskomen. Ik heb daar vrienden leren kennen, met wie ik wekelijks contact heb. Ik ga altijd even bij ze langs.”
Peggy heeft de Kosovaren in haar hart gesloten. “De dankbaarheid die wij nu nog steeds na 26 jaar van de bevolking krijgen is zo mooi. Vorig jaar, 25 jaar na onze uitzending, zijn we door de Kosovaarse minister uitgenodigd en mochten we op de eretribune zitten. Wij zijn er trots op dat we hebben mogen dienen. Het is een ervaring die ons nooit meer wordt afgenomen.”
Ik geniet enorm van Veteranendag!
Ze is enorm trots dat ze veteraan is. “Ik vind het super dat wij Veteranendag hebben. Dat wij dan de dankbaarheid krijgen van andere Nederlanders voor wat wij gedaan hebben voor ons land. Toen mijn moeder nog leefde, zei ze tegen de familie: ‘Jullie moeten zo tv kijken, want mijn militair komt op tv.’ Ik loop elk jaar mee in het defilé met de Vereniging Jonge Veteranen. Het is net alsof je elkaar gisteren hebt gezien. Het is echt onze dag. Ik geniet daar elke keer enorm van!”
Niet alleen draagt Peggy het veteraan-zijn uit op bijvoorbeeld haar werk, ook bezoekt ze Kosovo elk jaar. “Na mijn uitzending heb ik altijd gezegd: ooit wil ik terug naar mijn uitzendgebied,” vertelt Peggy. “In 2011 heb ik die stap gezet. Ik wilde zo graag weten: hoe gaat het met die mensen? Chris, mijn beste maatje uit dezelfde eenheid, had datzelfde gevoel.” Omdat er meer veteranen waren die dat gevoel hadden, zijn Peggy en Chris samen reizen gaan organiseren naar Kosovo. Als groep zijn ze er al vier keer naartoe gegaan. “We ondersteunen Stichting De Brug door in Kosovo minderbedeelden te helpen, bijvoorbeeld door een dag mee te draaien in de gaarkeuken en voedselpakketten uit te delen.”
Ieder jaar eren we op Veteranendag alle militairen die waar ook ter wereld strijden voor onze vrede en veiligheid. Lees ook de moedige verhalen van andere veteranen.
Ontdek de verhalen