Fokker D.VII in het Nationaal Militair Museum

Onderzoek naar verdwenen Fokker D.VII levert steeds meer aanwijzingen op

Een Nederlands jachtvliegtuig dat tijdens de Tweede Wereldoorlog spoorloos verdwijnt. Een mysterieuze vondst van een toestel in een Duitse schuur vlak na de oorlog. En tientallen jaren later: verborgen Nederlandse markeringen onder Duitse camouflageverf. Het klinkt als het verhaal uit een spannende roman, maar het is de ware geschiedenis van een Fokker D.VII die mogelijk de lang verdwenen D-28 is.

Sinds september 2025 is het vliegtuig te zien in het Nationaal Militair Museum, dat het in bruikleen heeft van het Deutsches Museum voor een periode van vijf jaar. Pas wanneer voldoende zekerheid bestaat dat het toestel daadwerkelijk de D-28 is, kan overdracht aan Nederland plaatsvinden.

Een internationaal onderzoeksteam probeert het mysterie rond de identiteit van het toestel al jarenlang te ontrafelen. Absolute zekerheid ontbreekt nog, maar de aanwijzingen stapelen zich op.

De Fokker D.VII in het Deutsches Museum, 1987.

Verborgen Nederlandse markeringen

In 1980 deden restauratoren van het Deutsches Museum in München een opmerkelijke ontdekking. Onder lagen Duitse camouflageverf kwamen originele Nederlandse markeringen tevoorschijn: een Nederlandse roundel en een ‘D’-registratie die wezen op een toestel van de Marineluchtvaartdienst.

De ontdekking kwam als een schok. Tot dat moment werd het vliegtuig beschouwd als een klassiek Duits jachtvliegtuig uit de Eerste Wereldoorlog. Dat beeld leek logisch: de Fokker D.VII was ontworpen door Anthony Fokker, in Duitsland gebouwd en door het Duitse leger gebruikt.

Na de oorlog werd het toestel gevonden in een Beierse schuur door Amerikaanse militairen die op zoek waren naar geroofd kunst- en cultuurbezit. Het bleek grotendeels te zijn teruggebracht in Eerste Wereldoorlog-uitvoering, met oude motor, originele neusbeplating en Duits camouflagepatroon. De Nederlandse herkomst was volledig en vakkundig verhuld.

Daarna kwam het terecht in de collectie van het Deutsches Museum, waar het jarenlang als Duits jachtvliegtuig en toonbeeld van Duitse technologie werd tentoongesteld.

De Fokker D.VII tijdens de restauratie in 1980.

Een mysterie zonder sluitend bewijs

Pas bij de restauratie in 1980 werd duidelijk dat onder de camouflage een Nederlands verleden schuilging. Welke Nederlandse Fokker het precies betrof, bleef onduidelijk. Van de restauratie is slechts één foto bewaard gebleven. Daarop zijn een ‘D’ en een ‘2’ zichtbaar. Het laatste cijfer is onleesbaar.

Bovendien gingen tijdens de restauratiewerkzaamheden delen van de oorspronkelijke verflagen verloren, waardoor verder technisch onderzoek naar de oorspronkelijke registratie vrijwel onmogelijk werd. De toenmalige conservator van het Deutsches Museum hield het op de D-20. Nederlandse onderzoekers bleven echter twijfelen, omdat andere bronnen steeds nadrukkelijker richting de D-28 wezen.

Nieuwe sporen richting de D-28

Het onderzoek kreeg in 2013 nieuw leven ingeblazen toen archiefstukken opdoken waaruit bleek dat de Fokker D.VII D-28 in mei 1940 nog op Schiphol stond. Kort na een bezoek van Hermann Göring aan het vliegveld – Hitlers rechterhand en voormalig jachtvlieger op dit type toestel – verdween het spoorloos over de grens.

Later werd bij het NIOD een spionagerapport gevonden waarin stond dat de Duitse Fokker-directeur mogelijk een Fokker D.VII aan Göring cadeau wilde doen voor diens persoonlijke collectie in Berlijn. Steeds meer aanwijzingen wezen naar de D-28.

Het Deutsches Museum en het Nationaal Militair Museum werken samen met historici, restauratoren en luchtvaartspecialisten uit Nederland en Duitsland.

Meer dan een militair vliegtuig

De vraag of het toestel daadwerkelijk de D-28 is, heeft niet alleen historische maar ook juridische betekenis. De D-28 werd namelijk in 1937 geselecteerd voor de collectie van het nog op te richten Nationaal Luchtvaartmuseum. Daarmee kreeg het de status van Nederlands cultureel erfgoed.

Juist dat maakt deze zaak bijzonder. Het gaat niet alleen om een militair vliegtuig dat werd meegenomen, maar om cultureel erfgoed dat in oorlogstijd uit Nederland verdween. Als definitief wordt vastgesteld dat het om de D-28 gaat, vormt dat een belangrijke juridische basis voor overdracht aan Nederland.

Op zoek naar verborgen sporen

Om de identiteit vast te stellen werken het Deutsches Museum en het Nationaal Militair Museum samen met historici, restauratoren en luchtvaartspecialisten uit Nederland en Duitsland.

Naast archiefonderzoek wordt ook modern technisch onderzoek ingezet. Onderzoekers van de Technische Universiteit München pasten technieken toe die normaal vooral in de kunstrestauratie worden gebruikt, zoals infraroodreflectografie, thermografie en macro-röntgenfluorescentie.

De Fokker werd daarbij benaderd als een gelaagd object, vergelijkbaar met een schilderij. Door de verflagen heen werd met speciale scans gezocht naar resten van de oorspronkelijke Nederlandse registratie. De hoop was sporen te vinden van de registratie “D-28”, bijvoorbeeld restanten van witte verf in het midden van een mogelijke “8”.

Hoewel inderdaad sporen van oudere verflagen en markeringen werden aangetroffen, leverde dit geen sluitend bewijs op.

Waarom juist de D-28?

Toch wijzen veel aanwijzingen nadrukkelijk richting de D-28. Niet alleen archiefmateriaal en spionagerapporten, maar ook het toestel zelf bevat aanwijzingen. Op meerdere onderdelen, zoals de cockpitkap en hoofdsteun, werden markeringen aangetroffen die naar de D-28 verwijzen.

Daarnaast is vergelijkend beeldonderzoek uitgevoerd waarbij historische foto’s van Fokkers in Nederlandse dienst zijn vergeleken met beelden van het toestel in het Deutsches Museum van vóór de restauratie. Met digitale correcties op schaal en perspectief concludeerden onderzoekers dat de D-28 het beste overeenkomt met het gevonden vliegtuig. Dezelfde methode werd eerder toegepast in het internationale onderzoek naar de MH17-ramp.

Hoewel ook dit geen sluitend bewijs oplevert, versterkt het wel de lijn van de andere aanwijzingen.

Nog één ontbrekend hoofdstuk

Toch ontbreekt nog altijd één cruciaal deel van het verhaal: wat gebeurde er precies tussen mei 1940, toen de D-28 uit Nederland verdween, en juli 1945, toen een Fokker D.VII werd aangetroffen in een Beierse schuur? Zonder aaneengesloten herkomstgeschiedenis blijft zekerheid uit.

Desondanks luidt de gezamenlijke conclusie van het Nederlands-Duitse onderzoeksteam inmiddels dat het toestel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de D-28 is. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die naar een ander vliegtuig wijzen.

Tijdens de lopende bruikleenperiode hopen onderzoekers alsnog het definitieve bewijs te vinden, bijvoorbeeld in archieven, fotoverzamelingen en onbekende documenten uit de oorlogsjaren. Maar zelfs als dat laatste bewijsstuk nooit opduikt, lijkt de kans steeds groter dat dit bijzondere stuk Nederlandse luchtvaartgeschiedenis definitief naar huis terugkeert.