Van het NMM naar het paleis: bijzondere uniformen op reis
Tijdens de zomervakantie zijn er drie weken lang twee bijzondere uniformsets uit de collectie van het Nationaal Militair Museum te zien in Paleis Noordeinde. Zij maken deel uit van een tentoonstelling over het Militaire Huis van de koning: het militaire deel van de hofhouding dat de vorst ondersteun bij ceremoniële en representatieve taken.
Aan de tentoongestelde uniformen zijn twee bijzondere verhalen verbonden. Het ene gaat over de familie Dumonceau, die een prominente geschiedenis binnen het Militair Huis van het Koninklijk Huis heeft gehad. Het andere vertelt het verhaal van M.E.M. Mulder, de eerste vrouwelijke officier die als adjudant van de koningin werd aangesteld.
Bijna een eeuw aan het hof: de familie Dumonceau
Eén van de bruiklenen is het uniform van een ordonnansofficier van de koning. Belangrijkste taak van een dergelijke officier was het escorteren van leden van het Koninklijk Huis. Het uniform wordt gepresenteerd aan de hand van historische foto’s van de familie Dumonceau. Deze familie was generaties lang nauw verbonden met het Militair Huis. De band begon met Jean François Dumonceau (1790–1884). Na een lange militaire loopbaan werd hij in 1854 benoemd tot chef van het Militair Huis van koning Willem III. Zijn zoon Charles Henri Felix Dumonceau (1827-1918) diende op dat moment ook aan het hof als ordonnansofficier. Vader en zoon waren daarmee gelijktijdig werkzaam binnen het Militair Huis.
Charles doorliep eveneens een indrukwekkende carrière door. Hij begon als page aan het hof, werd later ordonnansofficier van koning Willem III en vervulde vervolgens de functie van adjudant van de koning. In 1891 werd hij benoemd tot Chef van het Militair Huis van koningin Wilhelmina. De geschiedenis herhaalde zich toen Charles’ zoon Joseph Henri Felix (1859-1952) als ordonnansofficier aan het hof diende terwijl Charles leidinggaf aan het Militair Huis.
Joseph groeide uit tot één van de meest invloedrijke hofmilitairen van zijn tijd. Hij diende eerst koning Willem III en daarna koningin Wilhelmina. Hij werd adjudant van de koningin en bereikte uiteindelijk de rang van luitenant-generaal. Na de Tweede Wereldoorlog vervulde hij bovendien de functies van opperceremoniemeester en grootmeester van zowel koningin Wilhelmina als koningin Juliana.
Niet alleen de mannen uit de familie waren aan het hof verbonden, maar ook de vrouwen binnen de familie droegen bij aan deze bijzondere hoftraditie. Cécile Annette Albertine Dumonceau (1864–1951), dochter van Charles en zus van Joseph was werkzaam als hofdame van de koningin.
M.E.M. Mulder: de eerste vrouwelijke adjudant
Het tweede uniform behoorde toe aan M.E.M. Mulder. Op 1 januari 1973 werd zij benoemd tot adjudant in gewone dienst van koningin Juliana. Zij was daarmee de eerste vrouwelijke officier die deze functie vervulde. Voor haar benoeming werd zij bevorderd tot reservekapitein van de Militaire Vrouwenafdeling (MILVA).
Het initiatief voor haar benoeming kwam rechtstreeks van koningin Juliana. Tijdens een staatsbezoek aan Indonesië werd koningin Juliana begeleid door twee vrouwelijke militairen. Dat inspireerde haar en liet haar doen besluiten dat voortaan ook in Nederland vrouwen een dergelijke zichtbare rol bij het staatshoofd konden vervullen. Kort daarna besloot zij een vrouwelijke adjudant aan haar hof aan te stellen.
Mulder had een bijzondere loopbaan achter de rug. Na een opleiding tot apothekersassistente trad zij in 1955 in dienst van de MILVA. Binnen de geneeskundige dienst ontwikkelde zij zich tot een ervaren officier. Zij hield zich onder meer bezig met de controle van geneeskundig verbruiksmateriaal voor militaire eenheden en instellingen verspreid over het hele land. Haar benoeming was bijzonder in een tijd waarin veel militaire functies nog vrijwel uitsluitend door mannen werden vervuld. Haar uniform staat daarom niet alleen voor haar persoonlijke loopbaan, maar ook voor de veranderende positie van vrouwen binnen de Nederlandse krijgsmacht.