Van mestkar tot triomftocht: de strijd om Utrecht
Het is 18 juni. Maar liefst 16.000 huurlingsoldaten staan klaar voor een beslissende strijd. De indrukwekkend grote stadspoorten van Utrecht, de metershoge stadsmuur en de oneindigheid aan torens schrikken de mannen niet af – de stad wordt belegerd. We schrijven het jaar 1483: het jaar dat er voor het eerst de beroemde landsknechten neerstrijken in ons land die de komende 100 jaar de veldslagen overheersen. Waarom bevinden deze landsknecht huurlingen zich hier en wat gebeurt er rond Utrecht? We leggen het uit.
De Utrechtse Oorlogen, 1481-1483
Om de belegering van Utrecht in 1483 te begrijpen, moeten we eerst iets dieper het verleden in. In 1477 sterft Karel de Stoute voor de poorten van Nancy door een slag met een Zwitserse hellebaard. De hertog van Bourgondië en Brabant en graaf van Vlaanderen en Holland laat geen mannelijke erfgenaam na, waardoor er geen directe opvolger is. Hij heeft wel een dochter, Maria. Zij is getrouwd met de latere keizer Maximiliaan I, die daarmee heerser van de Lage Landen wordt.
In Utrecht is Maximiliaan echter niet de baas. Daar regeert David van Bourgondië als bisschop. David is een bastaardzoon van Filips de Goede, de vader van Karel de Stoute. Dat maakt David en Karel halfbroers. Na de dood van Karel begint men in Utrecht de inmenging van de Bourgondische vreemdelingen zat te worden: David is van Franse komaf en heeft niet altijd het beste met de Utrechtenaren voor. Daarnaast vluchten enkele anti-Bourgondische edellieden uit Holland – die in Leiden een mislukte machtsgreep hebben gepleegd – naar Utrecht. Dit alles mondt uit in een staatsgreep in 1481 door de edelman Jan van Montfoort. David wordt de toegang tot de stad ontzegd en verblijft vooral in zijn kasteel Duurstede, bij het huidige Wijk bij Duurstede.
Deze nieuwe situatie leidt tot een bloedige en hevige strijd tussen Bourgondisch Holland en anti-Bourgondisch Utrecht, met aanvallen over en weer. Zo plunderen Utrechtse troepen in 1481 de stad Naarden. Als wraak moorden Hollandse troepen in datzelfde jaar het dorp Westbroek net ten noorden van Utrecht uit en slachten zij een deel van de Utrechtse stedelijke militie af.
De strijd wordt een aantal jaar voortgezet, maar na een pauselijke interventie kan David van Bourgondië in 1483 weer aan de macht komen in Utrecht. Het verzet tegen David blijft en met behulp van een list weten de troepen van Jan van Montfoort Utrecht opnieuw in te nemen. David wordt vervolgens zwaar vernederd. Hij wordt naakt (als we sommigen mogen geloven) op een mestkar(!) van Utrecht naar Amersfoort gereden.
Voordat David gevangen wordt genomen, is Maximiliaan – als graaf van Holland – begonnen met het beleg van Montfoort. Dit was de belangrijkste machtsbasis van Jan van Montfoort. Wanneer hij hoort wat er met David is gebeurd, trekt hij met zijn leger naar Utrecht om het te belegeren – en leger vol landsknechten.
Het ontstaan van de landsknechten
Landsknechten zijn huurlingsoldaten. In het geval van het beleg van Utrecht gaat het specifiek om Duitse huurlingen. Waarom worden deze ingezet door Maximiliaan en waar komt deze ontwikkeling vandaan? Om die vragen te beantwoorden, moeten we eerst inzoomen op de militaire veranderingen in de periode 1477–1483.
Na de dood van Karel bezet de Franse koning Lodewijk XI de Bourgondische gebieden Charolais, Picardië, Artesië, Franche-Comté en het hertogdom Bourgondië. Ook probeert hij Vlaanderen te veroveren. Dit mondt in 1479 uit in de Slag bij Guinegate in Noord-Frankrijk.
Het Franse leger bestaat grotendeels uit zwaar bepantserde ridders te paard. Het leger van Maximiliaan is daarentegen samengesteld uit stedelijke milities uit Holland, Vlaanderen en Brabant, aangevuld met Zwitserse huurlingen. Deze laatsten zijn berucht. Zij hebben immers twee jaar eerder het leger van Karel de Stoute verslagen en staan erom bekend te voet in grote piekenblokken te vechten.
De Franse manier van vechten, waarbij ridders te paard met grote snelheid op de vijand inrijden, domineert de veldslagen gedurende de late middeleeuwen. Desondanks verliezen de Fransen verliezen de veldslag bij Guinegate. Na de veldslagen bij Nuis in 1477 en Guinegate in 1479, wordt duidelijk dat een nieuwe manier van vechten Europa zal overnemen: die van de huurlingen in piekenblokken!
Wegens de bewezen successen huurt Maximiliaan voor de belegering van Utrecht onder meer Duitse huurlingen in. Deze zijn naar Zwitsers model georganiseerd. Dit zijn de soldaten die later landsknechten worden genoemd.
Het beleg van Utrecht
Op 18 juni 1483 verschijnt Maximiliaan met een leger van 16.000 man voor de poorten van Utrecht. Hij slaat zijn kamp op rond de Sint-Stevensabdij, ten oosten van de stad. Daarna openen kanonnen, kartouwen, mortieren en slangen het vuur op de muren en torens.
Een eerste bestorming mislukt. De verdedigers vernederen de aanvallers vanaf de muren: ‘Gij Hollandse verraders, gij moet dichter bij de stad komen als gij haar wilt winnen!’ Omdat deze eerste aanval zonder toestemming is begonnen, laat Maximiliaan enkele van zijn eigen aanvoerders aan bomen ophangen. Ook de landsknechten en andere huurlingen slagen er niet in de sterke Utrechtse verdediging zomaar te doorbreken. Aan Utrechtse zijde vechten overigens ook Duitse edellieden en buitenlandse knechten mee.
De zwaarste strijd vindt plaats rond de voorstad De Waard. De Utrechters hebben deze buitenwijk met een hoge wal, een gracht en geschut versterkt. Op 29 juni lukt het Maximiliaan toch: de Waard valt. Als laatste redmiddel steken de verdedigers huizen in brand, in de hoop dat de wind het vuur naar de belegeraars zal voeren. De wind draait echter en legt een groot deel van de wijk in de as. Twee dagen lang brandt de voorstad. Vanaf het veroverde terrein kan Maximiliaans geschut de stad Utrecht nu van dichtbij beschieten.
De Utrechtenaren geven de strijd niet op en weten op 4 augustus een hoog edelman van Maximilaan te doden: Joost de Lalaing, stadhouder van Utrecht. Een belangrijke, impact volle gebeurtenis, die bijna in iedere middeleeuwse kroniek genoemd wordt. Wat gebeurde er precies? Om de druk op de stad verder op te voeren, laat de Hollandse stadhouder Joost van Lalaing op 4 augustus een groot kanon op een molenheuvel net buiten de stad plaatsen. Wanneer hij vanachter het houten geschutscherm van het kanon kijkt, wordt hij door twee Utrechtse haakbusschutters geraakt. De volgende dag sterft hij aan zijn verwondingen.
Door de belegering zit de stad op slot en eind augustus raken de voedselvoorraden uitgeput. Het uithoudingsvermogen van de inwoners neemt eveneens af. Zij staan voortdurend in hun harnas op de muren en krijgen nauwelijks rust. Er moet iets veranderen: de Utrechters zijn op. Ze gaan onderhandelen en op 31 augustus wordt de vrede bekendgemaakt. De buitenlandse knechten moeten de stad verlaten, delen van de verdedigingswerken worden afgebroken en de gracht wordt overbrugd. Via deze overbrugging trekt op 6 september Maximiliaan triomfantelijk Utrecht binnen.
Na ruim twee maanden hard vechten valt Utrecht, destijds de grootste stad van de Noordelijke Nederlanden. David van Bourgondië wordt in zijn macht hersteld en de inwoners van de Nederlanden hebben voor het eerst kennisgemaakt met de militaire kracht van de landsknechten. Hun manier van vechten zal tot ver in de 80-jarige oorlog de norm blijven.
Meer weten over landsknechten of technieken uit de middeleeuwse oorlogsvoering? Kom dan kijken in het Arsenaal. Daar vind je onder andere een knechtharnas en een piekenblok!
Tijdens de late middeleeuwen vinden er grote veranderingen in de oorlogsvoering plaats. Zoals het voorbeeld van de belegering van Utrecht laat zien, worden deze vaak direct in Nederland toegepast.” Casper van Dijk, Conservator
Verder lezen over het beleg en het ontstaan van de landsknechten? Lees dan ook eens;
Cornelius Aurelius, Die cronycke van Hollandt, Zeelandt ende Vrieslant. Leiden: Jan Seversz, 1517. Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, KW 1084 A 6.
Janse, A. (2003). De sprong van Jan van Schaffelaar: oorlog en partijstrijd in de late middeleeuwen. Hilversum: Verloren.
Skjelver, D. M., Van Dijk, C. J., & Krause, S. (eds.). (2026). Paul Dolnstein and His Sketchbook: The Soldiering Experience of an Early Landsknecht, 1490–1505. Kalamazoo, MI: Medieval Institute Publications / De Gruyter Brill.