Eyes on Target in het Nationaal Militair Museum

Het Nationaal Militair Museum heeft recent een ScanEagle drone verworven. Drones worden steeds belangrijker bij militaire operaties. Deze onbemande luchtvaartuigen kunnen vrijwel alles wat bemande vliegtuigen ook kunnen: inlichtingen verzamelen, verkennen en logistieke- en gevechtstaken uitvoeren. De Scan Eagles van Defensie worden binnenkort vervangen door nieuwe systemen.

ScanEagle hangend in het Arsenaal van het Nationaal Militair Museum
Kapitein Jansen. Bron: R. Jansen.

Interim-oplossing

Onze conservator Alfred Staarman sprak met kapitein Jansen, Unmanned Aerial Systems (UAS)-engineer bij het Commando Materieel en IT (Commit). Hij is een ervaren militair die ooit begon als infanterist. Zijn eerste uitzending was met Dutchbat II, een infanteriebataljon, in 1995. Daarna volgden er nog zes. Hij kwam onder andere in Afghanistan, Mali, en in de wateren rond Somalië, met een intermezzo in Duitsland bij het Eerste Legerkorps. De techniek trok hem uiteindelijk toch meer aan dan de infanterie, dus een stap naar technicus bij de afdeling Luchtvaartsystemen lag voor de hand.

“De ScanEagle was een interim-oplossing,” vertelt kapitein Jansen. “Het systeem verving de Sperwer in 2012 in afwachting van een opvolger maar heeft het nog een aardig tijdje uitgehouden, tot 2018. De ScanEagle is weliswaar een (onbemand) luchtvaartuig – een drone, maar omdat hij wordt afgeschoten met een launcher is het organisatorisch een artillerie systeem, ingebed bij JISTARC. De ScanEagle is een waarnemingsdrone, hij kan niet bewapend worden”.

ScanEagle wordt afgeschoten met een launcher. Bron: R. Jansen.

Gegevens verzamelen

De ScanEagle (voluit Boeing Insitu MQ-27 ScanEagle) is afgeleid van de Insitu SeaScan, een onbemand autonoom surveillance luchtvaartuig dat oorspronkelijk bedoeld was als een afstandssensor voor het verzamelen van weergegevens en het helpen van commerciële vissers bij het opsporen en volgen van tonijn scholen. In Nederland is hij door Defensie ook ingezet voor de civiele instanties, bijvoorbeeld bij dijkbewaking ten behoeve van Rijkswaterstaat.

Het toestel kan bij gunstige omstandigheden tot maar liefst 22 uur in de lucht blijven. En dat met maar 4,3 kilogram brandstof, een mengsmering van benzine en olie. Het twee-tact motortje is dus heel zuinig. De prestaties worden geholpen door het lage gewicht in verhouding tot het grote vleugeloppervlak. De ScanEagle heeft een spanwijdte van 3,1 meter, een lengte van 1,71 meter en een gewicht van 20 kg. Hij vliegt met een maximumsnelheid van 148 km/u en een gemiddelde kruissnelheid van 90 km/u.

De drone wordt voortbewogen door een duwschroef (propeller) die achter op het toestel is gemonteerd. De ScanEagle wordt gelanceerd met een Mk-4 launcher (een soort katapult) en opgevangen met een vangapparaat, de Mk-3 Skyhook (te zien op het filmpje). Dit in tegenstelling tot zijn voorganger Sperwer die met een parachute naar beneden kwam. Hierbij brak weleens de propeller. Dat risico heeft ScanEagle niet. Wel kan bij het opvangen makkelijk een wingtip afbreken. Die zijn daarom gemonteerd met zogenaamde breekboutjes, om de schade te beperken.

ScanEagle
Bron: NIMH
ScanEagle Mk-3 Skyhook
Bron: NIMH
video ScanEagle
Bron: Ministerie van Defensie

Ongestoord waarnemen

De ScanEagle kan dag en nacht waarnemen: hij is uitgerust met een optische of infraroodcamera en heeft een bereik van 90 km. Dit bij een maximale vlieghoogte van bijna 6.000 meter. Doorgaans wordt er gevlogen op 1.200 meter, op die hoogte is deze bijna niet te zien, en sowieso niet te horen. De drone kan dus min of meer ongestoord waarnemen. Mocht deze op die afstand buiten bereik dreigen te komen, dan keert de drone zelf weer terug naar zijn laatst opgegeven cirkelvlucht (orbit).

De bediening tijdens de vlucht bestaat uit een team van vijf personen: één missie manager, iemand voor de besturing, iemand voor de payload (de camera), en twee personen voor het interpreteren van de beelden die de ScanEagle real time doorzendt naar het ontvangststation.

Een overzicht van het ScanEagle systeem.
Het Marine Museum in Den Helder heeft een aantal schepen van Somalische kapers in de collectie. Ze zijn tijdens de missie in beslag genomen. Kapers sloep, Collectie Marine Museum.

Op missie

Kapitein Jansen vertelt over de uitzending aan boord van Hr.Ms. Rotterdam in 2012 tijdens de NAVO-antipiraterij missie Ocean Shield voor de kust van Somalië: “In die tijd had je het probleem van de kapers, die vormden een bedreiging voor de scheepvaart. Een typische opdracht voor ons was om zo’n kaperschip permanent in de gaten te houden met de ScanEagle. We vlogen dan in een orbit, een grote cirkel, op 1,2 km hoogte boven het scheepje en hielden de koers in gaten. We konden scheepvaart waarschuwen, of via de Mariniers ingrijpen, als een schip gekaapt was. Dat is meerdere malen gebeurd. Een aantal kapers zijn trouwens op basis van onze inlichtingen in Nederland berecht.”

In Mali vloog de Koninklijke Landmacht ook met de ScanEagle, in het kader van MINUSMA, een VN-vredesmissie. “We hadden daar een andere rol: we waren met de ScanEagle deel van de force protection voor het Korps Commando Troepen. Een extra paar ogen in de lucht: eyes on target in jargon. We konden met de ScanEagle zien of er op de route van de patrouilles in het voorterrein verse graafwerkzaamheden waren geweest: dat kon duiden op IED’s (bermbommen). We lanceerden in Mali de ScanEagle buiten ons kamp, maar de commandopost en de bemanning zat verder wel op het kamp. Het was wel een uitdaging daar om het spul draaiend te houden, met al dat stof en de hitte. 47 graden met airco…”

Zestal ScanEagle aan boord van de Zr.Ms. Rotterdam.
Zestal ScanEagle aan boord van de Zr.Ms. Rotterdam. Bron: R. Jansen
ScanEagle militairen

Terugkijkend vindt kapitein Jansen de missie aan boord van de Rotterdam de mooiste en ook de meest zinvolle. “We konden daar zien dat we met succes bijdroegen aan het beschermen van scheepvaart en wereldhandel. Het was ook wel iets comfortabeler aan boord van het schip dan in de woestijn…”

ScanEagle in Mali. Bron: R. Jansen.
Conservator NMM Alfred Staarman
"Drones worden steeds belangrijker en domineren inmiddels het slagveld. Daarom is het van belang dat we in een militair historisch museum de ontwikkeling van de technologie kunnen laten zien. De ScanEagle past daar heel mooi in." Alfred Staarman, Conservator

Dit blog is geschreven met dank aan kapitein R.T.J. Jansen, Unmanned Aerial Systems (UAS)-engineer bij Commit