Het Leids Ontzet

In de collectie van het Nationaal Militair Museum bevinden zich verschillende objecten die verbonden zijn aan het Leids Ontzet: een overwinning die jaarlijks uitbundig in Leiden gevierd wordt. In de rest van Nederland is dit ontzet redelijk onbekend. Wie wel bekend is met de Leidse feesten, weet vaak niet wat de oorsprong ervan is. In het kader van 3 oktober, dé dag waarop het ooit allemaal gebeurde, lichten we graag dit stukje militaire geschiedenis voor je uit.

Protest tegen Spanje

Tussen 1568 en 1648 waren de Lage Landen in een oorlog met Spanje. Nederland maakte tot die tijd deel uit van het rijk van de Habsburgse Karel V. Deze katholieke keizer wilde halverwege de zestiende eeuw meer grip op dit gebied. Ook wilde hij zijn macht verder uitbreiden. Het gevolg van deze ambities waren extra belastingen voor de bevolking: zij moesten gaan meebetalen aan de oorlogen van Karel V. Verder eiste hij dat alle inwoners in zijn rijk katholiek waren. En dát was een probleem. De Noordelijke Nederlanden streefden op dat moment juist hervormingen binnen de katholieke kerk na. Zij hadden kritiek op de vaak corrupte en machtige positie van geestelijken.

 

Samuael Lankhout & Co, De aanbieding van het smeekschrift door het verbond der edelen aan Margaretha van Parma in 1566 met het verzoek de vervolgingen van Protestanten te stoppen (1878-1880). Collectie Rijksmuseum, RP-P-OB-80.414.

In 1555 droeg Karel V de titel Heer van de Nederlanden over aan zijn zoon Filips II. De zeer katholieke Filips zette het godsdienstbeleid van zijn vader voort en negeerde de wensen van de Protestanten. Het beleid werd uitgevoerd door de landvoogdes Margaretha van Parma. Zelf verbleef Filips namelijk in Spanje en niet in Nederland.

Dirck van Delen, de Beeldenstorm in een kerk in augustus 1566 (1630). Collectie Rijksmuseum, SK-A-4992.

Een strijd voor godsdienstvrijheid

Het ongenoegen over Filips en de katholieke kerk groeide zodanig in de Nederlanden dat het in 1566 uitliep op een Beeldenstorm: een massale vernieling van katholieke beelden en kerkinterieurs door protestanten. Filips was woest. Hij stuurde daarom de hertog van Alva, een man die bekend stond als een IJzeren Hertog. Hij werkte samen met de Raad van Beroerten. In de volksmond Bloedraad genoemd. Deze rechtbank veroordeelde duizenden mensen voor verraad. Velen kregen zelfs een doodvonnis. Op deze manier wilde Filips hardhandig het protestantisme neerslaan.

De hertog van Alva, met aan zijn voeten twee verwondde mannen. Collectie Nationaal Militair Museum, 00121499.

De bevolking was woest. Velen schaarden zich achter Willem van Oranje. Willem was militair opperbevelhebber, lid van de Raad van State (adviesraad van de vorst), ridder in de Orde van het Gulden Vlies en stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht. Kortom, hij was een van de invloedrijkste edellieden in de Nederlanden. En één die in opstand kwam tegen de Spaanse vorst en zelf een eigen leger bij een bracht.

Portret van Willem van Oranje (1533-1584). Collectie Nationaal Militair Museum, 056869.

Beleg van de stad

Ook de stad Leiden koos na een lange periode van loyaliteit aan de Spaanse kroon partij voor Willem van Oranje. Dat kwam de Leidenaren duur te staan. Op 26 mei 1574 verschenen er zo’n vijfduizend Spanjaarden voor de poorten van de stad. De Leidse bevolking was hier niet op voorbereid vanwege een eerdere Spaanse aanval in het najaar van 1573. De stad had onvoldoende voedselvoorraad, was slecht bewapend én was nog steeds omringd met Spaanse verdedigingswerken van het eerdere beleg. Voor de Spanjaarden was het daarom een appeltje-eitje om de stad hermetisch af te sluiten.

Heldendaden

Wat volgde waren maanden van strenge rantsoenering en een bevolking die steeds ontevredener werd. In augustus werd de situatie nijpend. Velen waren uitgehongerd, zodanig dat ze zelfs de stad ontglipten en steun aan de Spaanse koning zworen tegenover de vijand. Toen in september de bevolking nog maar nauwelijks in toom kon worden gehouden door de schutterij, besloot burgemeester Pieter Adriaanszoon van der Werf dat hij tot het uiterste moest gaan. Men zegt dat hij zijn eigen lichaam als voedsel aan de hongerige Leidenaren aanbood.

Mattheus Ignatius van Bree, De zelfopoffering van Burgemeester Pieter van der Werf in 1574 (1816-1817). Collectie Lakenhal Leiden, S46.

De Spanjaarden, onder leiding van de bevelhebber Francisco de Valdez, zagen de verzwakte toestand van de stad als het ideale moment om binnen te vallen. Toch deden ze dat niet. Dat had Leiden te danken aan een vrouw: Magdalena Moons. Deze slimme Haagse dame wist hoe verzot Valdez op haar was en besloot zijn liefde te gebruiken als een schild voor de stad waar haar vrienden en familie nog verbleven. Zij zou hem trouwen, in ruil voor het uitstellen van een aanval op Leiden.

Bevrijding in zicht

In de tijd die Magdalena wist te rekken, vonden de Leidenaren een manier om Willem van Oranje te bereiken. Op 29 september kregen zij een verlossende reactie van hem: de voorbereidingen van de bevrijding van de stad waren in volle gang. De geuzen zouden met een vloot van platbodems vlakbij Leiden kunnen komen, door de dijken van Holland door te steken. Veel vruchtbaar land zou voor lange tijd onvruchtbaar worden, maar het was de enige manier om de boten bij de stadspoorten te krijgen voor een verrassingsaanval.

De dijken werden doorgestoken en in de nacht van 2 op 3 oktober steeg het water zodanig dat er zelfs een deel van de stadsmuur van Leiden instortte. De Spanjaarden vluchtten in paniek, bang voor het opkomende water en een aanval van de Leidenaren. In de ochtend van 3 oktober voeren de watergeuzen binnen, inclusief haring en brood voor de bevolking.

Cloisonné herinneringstegel "Leiden Ontzet", met daarop haring en brood. Collectie Nationaal Militair Museum, 067603.

3 oktober

Het ontzet van Leiden bleek niet alleen een overwinning voor de Leidenaren: het was het begin van de terugtocht van de Spanjaarden uit Holland. 3 oktober wordt nog steeds uitbundig gevierd in Leiden. Al sinds 1886 vinden er jaarlijks festiviteiten plaats om te herdenken dat de stad van de Spanjaarden werd bevrijd. Ook wordt er nog steeds haring en brood gegeten, als eerbetoon aan de maaltijd die de geuzen meebrachten.