Vliegveldverdediging in Soesterberg
Sinds enkele jaren staat er op het terrein van het Nationaal Militair Museum een bijzonder betonnen object. Van een afstand oogt het een bunker, voorzien van een gepantserde koepel met een mitrailleur. Aan de achterzijde bevindt zich ook een zware gepantserde deur. Maar, wie goed kijkt, ziet ook iets dat op ventilatiegaten lijkt. Het is namelijk geen gewone bunker, maar een tankkazemat: een beschermd verdedigingswerk uit de Koude Oorlog (1945-1991) uit ca. 1955-1965.
Om een beeld te geven van de functie van deze tankkazemat hebben we kortgeleden de Utrechtse graffiti-artist Robert Brink (de Verfdokter) gevraagd een schildering aan te brengen die een kijkje in het interieur biedt. Op de schildering is bemanning te zien: dienstplichtigen van het Luchtmacht Bewakingskorps die aan het werk zijn met een Brenmitrailleur en een telefoon. Zij waren tijdens de Koude Oorlog onderdeel van de vliegveldbewaking op de vliegbasis Soesterberg. De tankkazematten waren onderdeel van een groter beveiligingssysteem met patrouilles, wachtposten, prikkeldraad, telefoonkabels en mobiele bewakingseenheden.
Een betonnen pantserwagen?
De schildering laat ook duidelijker zien waarom dit een tankkazemat heet: de betonnen buitenkant omhult het chassis van een pantserwagen! Een Chevrolet Staghound MKIII op precies te zijn. De officiële aanduiding voor deze tankkazemat is dan ook ingebetonneerde pantserwagen. Hij was ingegraven langs de startbaan zodat alleen de koepel boven de grond uitstak. De bemanning was daarmee beschermd door enkele centimeters pantserstaal, plus tot 30 cm beton, en daar bovenop aarde.
Op een ontwerptekening die we hebben gevonden in het Nationaal Archief is de constructie van de tankkazemat goed te zien. Deze toont dat van de Staghounds alleen de rompen werden gebruikt: wielen, assen en de motoren werden vooraf verwijderd. Ook werden, voordat de pantserwagen in beton werd gegoten, de gaten in de romp dichtgelast. De ingang, die geen betonnen laag kreeg, was aan de achterzijde. Via het voormalige motorcompartiment en een zware gepantserde deur kon je naar binnen. Oorspronkelijk was er nog een golfplaten overkapping aangebracht voor camouflage en tegen vocht, maar die is vergaan. Op de tekening van het bovenaanzicht is goed zichtbaar hoe dik de betonnen wand was van de kazemat: op sommige plaatsen een halve meter. Van binnen was de romp helemaal leeg, de koepel was draaibaar met een handbediening.
Vliegveldverdediging
In de vroege periode van de Koude Oorlog, tussen 1950 en 1955, werden in Nederland op meerdere vliegvelden en strategische plaatsen, bijvoorbeeld langs de IJssellinie, dit soort constructies geplaatst. Uit de archieven blijkt dat meer dan veertig Staghounds voor dit doel werden geprepareerd. Naast Staghounds werden ook oude Sherman tanks voor dit doel gebruikt. Op Soesterberg waren er in 1956 tenminste drie Staghounds ingegraven. Hun doel: de verdediging van de vliegbasis.
Halverwege de jaren ’50 kreeg vliegbasis Soesterberg een belangrijke rol in de luchtverdediging, met de komst van de Amerikaanse luchtmacht. Het 32 Squadron Wolfhounds streek in 1954 neer op de basis met de F-86 Sabre jachtvliegtuigen. Het 32 Squadron is tot 1994 gebleven, maar de kazematten zijn niet al die jaren in gebruik geweest. Het is onduidelijk wanneer ze precies buiten gebruik gesteld zijn. Wat we wel zeker weten is dat ze op een kaart van de vliegbasis uit 1966 niet meer werden aangegeven.
Restauratie
In 2018 is deze ingebetonneerde Staghound, die nu op het buitenterrein van het museum te vinden is, uitgegraven. Dat gebeurde toen vanwege de bouw van de goudkluis van De Nederlandsche Bank. Hemelsbreed is de tankkazemat nu zo’n 200 meter verwijderd van zijn oorspronkelijke plek. De tankkazemat heeft ongeveer 65 jaar in de grond gezeten voordat deze naar het NMM kwam. De stalen koepel, de pantserdeur en het interieur waren toen sterk verroest en de bunker was vies. Het aannemingsbedrijf Van der Ven heeft recent onder leiding van Mark de Reus de bunker weer toonbaar gemaakt. Zo is de bunker schoongemaakt en zijn de stalen delen opnieuw in de juiste kleur verf gezet. Ook het aanwezige asbest is verwijderd. Het oorspronkelijke wapen, de .30 Bren mitrailleur, was al heel lang verdwenen uit de koepel. Daar is nu een replica voor in de plaats gekomen.
Maar… Waarom?
Na dit alles, vraag je je misschien nog steeds af waarom al die Staghounds in beton werden gegoten. Want een pantserwagen kon het leger toch gewoon gebruiken? Dat vergt uitleg.
De Chevrolet Staghound was een van oorsprong Amerikaans pantservoertuig, ontworpen in 1942. De Britse en Canadese legers gebruikten het in 1944-45 vooral als verkenningsvoertuig in de strijd om de bevrijding van Nederland. Na de oorlog bleef heel veel geallieerd materieel achter in Europa. Van de Staghound zijn een kleine 200 stuks achtergebleven. Ze werden gebruikt bij de opbouw van de nieuwe legers in Europa. Ook de Nederlandse landmacht had rond 1950 de beschikking over ongeveer 100 Staghounds, ingedeeld bij de Cavalerie en Marechaussee.
Door slijtage en ouderdom liepen de aantallen terug waardoor er rond 1955 tientallen Staghounds overtollig waren geworden. Die kregen een nieuwe bestemming als kern van de betonkazemat. De Staghound was voor een pantserwagen een betrekkelijk groot voertuig en bood voldoende ruimte vanbinnen. Zeker als de motoren en de brandstoftanks waren verwijderd. Redenen genoeg dus, om de wagens een nieuw leven te geven.
In de collectie van het Nationaal Militair Museum staat gelukkig ook een originele, ongeschonden Staghound: een T17E. Deze heeft wel een andere koepel dan die buiten staat. Deze, of de tankkazemat buiten bewonderen? Dat kan in het Nationaal Militair Museum! De T17E vind je in het Arsenaal op de begane grond. De tankkazemat staat op het buitenterrein, direct aan de strip langs het museumgebouw. Zien we je snel?
Conservator Alfred Staarman schreef deze blog. Met dank aan: Mark de Reus, Robert Brink (de Verfdokter), Bob Kos, Sandra van Lochem, Erik de Reijer, Cees van de Wetering en Berdien de Wilde.